Doorgelicht
Onze analyses om te begrijpen wat er achter de schermen van de mode-industrie gebeurt

Het was december 2017. Het hele team was het erover eens: als er één “wegwerp”-kledingstuk was waarvan we de levensduur wilden verlengen, dan waren het wel sokken.
Dus stuurden we jullie een klein vragenlijstje om ons te helpen sokken te maken die je niet snel zult weggooien, en meer dan 2000 van jullie gaven gehoor aan onze oproep.
Eerst hebben we gekeken naar de levensduur: minder dan een jaar voor 40% van jullie. We hadden op erger gerekend. Maar we dachten ook: dat kan beter.

Daarna maakten jullie ons wel duidelijk dat de twee grootste problemen zijn: 1/ je grote teen die ontsnapt, 2/ de hiel die verslijt. Ook veel van jullie hadden het over elastiek dat uitrekt en slijtage bij de achillespees, precies waar de rand van je schoen wrijft.

Qua stijl: niet echt een verrassing, jullie vroegen om klassieke sokken die tot halverwege de kuit komen, zonder groef, het liefst in blauw en zwart, al droomden nogal wat van jullie ook van felle, originele kleuren (best moedig, gezien ons huidige, kleurrijke assortiment).
Al jullie feedback hebben we gelezen, gerangschikt en geanalyseerd, voordat we ermee op zak op zoek gingen naar een fabriek om deze sokken die het uithouden mee te ontwikkelen.
Normaal gesproken zoeken we onze fabrieken eerder richting Portugal. Tot nu toe vonden we daar de beste partners. Maar voor de sokken vonden we het jammer om de grens over te gaan.
Als er iets is wat Fransen goed kunnen (naast croissants bakken en staken), dan is het wel sokken maken.
Je bent dit verhaal misschien beu, maar zelfs als je in Europa produceert, en zelfs in Frankrijk, is het niet vanzelfsprekend om fabrieken te vinden die kwaliteit kunnen leveren én bereid zijn een nieuw product te ontwikkelen voor een klein merk (ja, daar gaat een mythe: we zijn een klein merk). Na meerdere fabrieken te hebben bezocht, vonden we er eentje waar de klik goed was: Atelier Joly.

Ten eerste, omdat hun reputatie hen vooruitsnelde: het bedrijf is erkend als Entreprise du Patrimoine Vivant, het Franse label voor uitzonderlijk vakmanschap. Ten tweede, omdat de mensen in dit atelier gemotiveerd waren om met ons aan R&D te doen, en niet zomaar ons logo plakken op een sok die al 10 jaar voor 1000 andere merken wordt gemaakt. Tot slot, qua waarden spraken we echt dezelfde taal: kwaliteit, ethiek en traceerbaarheid van de toeleveringsketen maken deel uit van hun dagelijkse woordenschat.
En het verhaal van dit kleine bedrijf is echt geweldig. Op haar 26e haalt de bazin 50 geiten uit Texas en begint ze de eerste Franse mohairproductie. Het bedrijf groeit en neemt in 2007 de confectiefabriek over die haar sokken maakt, en in 2013 die welke haar truien maakt, net op het moment dat die de boeken dreigen te sluiten. Deze fabriek redt trouwens niet alleen de werkgelegenheid en de knowhow van de streek. Wanneer boeren en boerinnen uit de regio besluiten de wol van hun schapen te valoriseren in plaats van die met verlies te verkopen (wat in 99% van de gevallen in Frankrijk gebeurt), steekt Atelier Joly de helpende hand toe.

We hebben verschillende oplossingen getest om de tien-en-nog-wat problemen op te lossen die jullie ons hadden gemeld (leuk weetje: ons eerste prototype ging zelfs kapot na een trailrun van 25 km).

We wilden een dunne, stadssok maken, en dit zijn de oplossingen die we vonden.
Het grootste probleem waar we tegenaan liepen, is slijtage bij de tenen en de hiel. Daarvoor kozen we voor Cordura : een type polyamide dat vier keer sterker is dan andere soorten, meestal gebruikt voor legerkleding. We hebben een stevig dichte breisel gemaakt op de plekken die het zwaarst worden belast door je eeltplekken en slecht geknipte nagels.

We wilden ook zoveel mogelijk natuurlijke materialen gebruiken, en dus katoen. Omdat het zachter is, omdat je er minder in zweet. De beste verhouding tussen sterkte en zachtheid bij katoenen garen is fil d’écosse. Kortom, het is gekamd katoen met lange vezels (dus van uitstekende kwaliteit) dat gemerceriseerd is, dat wil zeggen behandeld om sterker te worden en de kleur beter vast te houden. Weg met pluisjes, verkleuring en andere vroege tekenen van slijtage. Het andere voordeel is dat dit materiaal, in tegenstelling tot synthetische stoffen en katoen van slechte kwaliteit, zacht blijft, zelfs na verloop van tijd en na wasbeurten.
Daarna kwam de vraag: hoe voorkom je gaten bij de zool en de achillespees? We probeerden eerst het Cordura aan de buitenkant van de sok te breien, zodat je huid in contact bleef met het katoen, terwijl de wrijvingszones versterkt werden met synthetisch materiaal. Maar de Cordura-draad was niet fijn genoeg. Dus vervingen we die door een fijner polyamide van heel goede kwaliteit.
Om te voorkomen dat de sok om je enkels zakt of je kuit afknelt, deden we twee dingen: een stevige elastaandraad toevoegen in de romp van de sok, zodat die overal goed blijft zitten, en flink investeren in het elastiek dat de bovenkant van de sok vasthoudt (let wel op: stop ze niet in de droger op maximale temperatuur, want er is altijd een risico dat het elastaan smelt en het kledingstuk uitrekt. Zoals bij alle kledingstukken die elastaan bevatten).
Sommigen van jullie klaagden over de naden op de wreef die gingen irriteren door het wrijven. Daarom kozen we voor een supersubtiele naad, dichtgewerkt “steek voor steek”. Traditioneel gebeurde dat met de hand (in het vak "remaillage main" genoemd). Maar ons atelier heeft geïnvesteerd in een machine van de nieuwste generatie die dat nog beter doet. Resultaat? Een perfecte kwaliteit en geen hinderlijke verdikking wanneer je je schoenen aantrekt.
Tot slot: naast dat we uitsluitend garens gebruiken die gecertificeerd zijn met OEKO-TEX® (dat wil zeggen zonder schadelijke stoffen voor het milieu en je gezondheid), hebben we een 100% traceerbare en lokale productie opgezet: Cordura (Italië), fil d’écosse (Italië), polyamide (Spanje), elastaan (Frankrijk), breien (Frankrijk), confectie (Frankrijk), kartonnen sokkenkaart (Frankrijk).
Zodra we ons laatste prototype hadden, lieten we het de ultieme test ondergaan: de duurzaamheidstest in het lab. Bij een sok zijn er twee dingen om te testen: de spankracht van het elastiek en de weerstand tegen wrijving. Om een vergelijkingspunt te hebben, vroegen we het lab om ook een Zwitserse sok te testen, die bekendstaat als koploper in duurzaamheidstests.
Wat de spankracht van het elastiek betreft (dus de zekerheid dat het niet te strak en niet te los zit), is ons team gerust: onze sok haalt een resultaat van 1,9 kPa, terwijl de comfortzone tussen 1 en 2 ligt.
Voor de wrijvingsweerstand gebruikt men de zogenoemde “Martindale”-test. Er wordt stof uitgesneden op twee plekken (de zool en de teen) en die wordt in een machine gelegd die erop blijft wrijven tot er eerst een dunne plek en daarna een gat ontstaat. Zo krijg je een resultaat in aantal cycli: hoe hoger het aantal cycli, hoe sterker de sok.
Na een halve dag de machine te hebben laten draaien, belt het lab ons om de resultaten van de concurrerende sok door te geven: ongeveer 10.000 cycli, wat (volgens hen) een goed resultaat is. Onze sok, intussen, vertoonde geen enkele verandering.

We vroegen hen de machine nog eens 10.000 cycli langer te laten draaien, om te zien hoe lang onze sok het zou uithouden. Nog steeds intact. We gaan door naar 50.000. Het lab belt ons terug om te zeggen dat er nog steeds geen dunne plek te zien is. Dus zeggen we hen om door te gaan naar 150.000 cycli. En dit zijn de resultaten die ze ons sturen:

Zelfs het lab staat versteld van deze resultaten. Na wat googelen ontdekken we dat andere merken vóór ons al superstevige sokken hebben gemaakt, met een (op zich al heel eervolle) score van 49.000 cycli… oftewel 3 keer minder dan wij.
Daarnaast hebben we onze sokken uitgedeeld aan vrienden met scherpe teennageltjes (het type dat zegt: “ik maak er meteen na één keer een gat in”), met maar één instructie: draag ze veel, was ze veel. Het hele team deed ook mee, en omdat sommige van onze prototypes wit waren, stonden we er niet altijd even fraai bij. Maar deze stap is superbelangrijk: zo weten we zeker dat er niks mis is. En, wat blijkt? Er is niks mis.

Voilà, nu weet je alles over hoe we deze sokken hebben gemaakt.
We brengen ze uit voor 12 euro. Dat is de laagste prijs die we kunnen bieden, met een marge die we tot het minimum hebben teruggebracht.
Dat is de prijs van kwaliteitsmateriaal en vakkundig personeel. Dat is de prijs van Oeko-Tex, van made in France. Dat is de prijs van een sok die je niet om de haverklap opnieuw hoeft te kopen.
Wie zijn wij om dat te zeggen?
Je bent op La Mode à l’Envers, een blog van het kledingmerk Loom. Het gaat niet best met de textielindustrie, en de planeet betaalt het gelag. Dus alles wat we over de branche te weten komen, proberen we je hier uit te leggen. Want duurzame kleding maken is goed, maar dingen blootleggen, delen en anderen inspireren heeft nog veel meer impact.
Vind je wat we schrijven leuk en wil je meer? Klik dan hier om je in te schrijven voor onze nieuwsbrief. Beloofd: we schrijven weinig en we spammen nooit.




Wie zijn wij om dat te zeggen?
Je bent op La Mode à l’Envers, een blog van het kledingmerk Loom. Het gaat niet best met de textielindustrie, en de planeet betaalt het gelag. Dus alles wat we over de branche te weten komen, proberen we je hier uit te leggen. Want duurzame kleding maken is goed, maar dingen blootleggen, delen en anderen inspireren heeft nog veel meer impact.
Vind je wat we schrijven leuk en wil je meer? Klik dan hier om je in te schrijven voor onze nieuwsbrief. Beloofd: we schrijven weinig en we spammen nooit.

Mode is onvoorspelbaar. In een paar jaar tijd zijn T-shirts nieuwe uitingsvormen geworden. We zijn eerder gewend aan het type "'s ochtends is het te vroeg" of "chagrijnige mevrouw" (sic). Maar onlangs dook er een nieuw exemplaar op, een tikkeltje strijdbaarder, op de site van een bekend kledingmerk:

En dat is niet zomaar iets van H&M. Het bedrijf wil de leider op het gebied van duurzaamheid zijn onder de zogenaamde “fast fashion”-merken (= merken die een systeem van ultrasnelle collectievernieuwing hebben ingevoerd). Het rijgt de initiatieven aaneen, vaak met veel media-aandacht: H&M Conscious, Close The Loop of Climate positive 2040, bijvoorbeeld. En op het eerste gezicht lijkt het de beste leerling van de klas op dit vlak, met zijn 220 mensen die zich toeleggen op duurzaamheid.
Wordt fast fashion echt duurzamer, of zit ze gewoon middenin greenwashing ? (spoiler: antwoord 2)

In China gaat een grap rond dat je de volgende modekleur kunt voorspellen door gewoon naar de kleur van de rivieren te kijken (we zijn het niet gaan controleren). Wat de inspanningen op dit vlak betreft, hoeft H&M zich niet te schamen: het is het merk dat door Greenpeace het best beoordeeld wordt in hun Detox Catwalk, samen met Zara en Benetton. Kort gezegd verbinden ze zich ertoe om tegen 2020:
En het is enorm veel werk. Geen enkel fast-fashionmerk bezit zijn eigen fabrieken: ze werken met onderaannemers, die op hun beurt weer onderaannemers inschakelen, die op hun beurt weer onderaannemers inschakelen, enzovoort.
Maar hoe dramatisch ook, die chemische vervuiling is slechts het topje van de ijsberg1. Fast fashion vormt nog een ander2 enorm milieuprobleem.
Katoenteelt, productie van synthetische vezels, spinnen, weven, verven, confectie… Een kledingstuk maken kost energie en stoot dus broeikasgassen uit3. Om je een idee te geven: om stof te verven, gebruikt men autoclaven, enorme drukvaten met een verfbad van meer dan 100°C. Energievreters. En omdat de meeste fabrieken in Azië liggen, wordt de elektriciteit opgewekt door steenkool of aardgas te verbranden, wat grote hoeveelheden CO2 uitstoot.

Balans: volgens de rapporten stoot de modeindustrie tussen 2 en 8% van 's werelds broeikasgassen uit, bijna evenveel als hethele wegtransport van de planeet4. Kortom, je kunt met de fiets naar je werk gaan wat je wilt, als je elke dag een nieuw T-shirt aantrekt, smelt je nog steeds het poolijs.
Op het eerste gezicht lijkt H&M (opnieuw) bij de besten van de klas te horen. Met zijn initiatief Climate Positive 2040, beweert het bedrijf niet alleen zijn broeikasgasuitstoot te verminderen, maar tegen 2040 zelfs een positieve bijdrage te leveren! Leuk. Maar als je in detail bekijkt hoe het dat wil aanpakken, is er een klein probleempje. Het grootste deel van de broeikasgasuitstoot hangt, zoals we hebben gezien, samen met de productie… een sector waar het geen grip op heeft, aangezien geen enkele fabriek die zijn kleding produceert, van hem is. Om dat doel te bereiken, wil het bedrijf dus steunen op “koolstofputten”, met name kunstmatige. Het idee? CO2 uit de atmosfeer opzuigen met enorme machines om het heel diep onder de grond weg te stoppen.
.gif)
Klein probleempje: het is nooit gelukt om te bewijzen dat het werkt… Trouwens, de meeste projecten om koolstofputten op te zetten zijn gewoonweg stopgezet vanwege torenhoge kosten of technische problemen. Dat is waarschijnlijk de reden waarom H&M op zijn pagina een beroep doet op “deskundige en innovatieve” mensen van over de hele wereld om hulp. Iemand beschikbaar?
Ander voorstel: kleding maken van gerecyclede vezels. We zijn erg fan van de clip Close The Loop van H&M (en deze ook, met M.I.A.), maar wat de koolstofvoetafdruk betreft, is het recyclen van textielvezels maar een heel, heel gedeeltelijke oplossing5. Een kledingstuk maken van gerecyclede vezels vergt ook een industrieel proces dat veel CO2 uitstoot, al was het maar om de vezels terug te winnen… Bovendien is de technologie voor de overgrote meerderheid van de gevallen nog helemaal niet op punt: we weten bijvoorbeeld nog niet hoe je katoen- en polyestervezels tegen een redelijke kostprijs kunt scheiden. Resultaat: zelfs met een ultra-optimistische aanname van 40% gerecyclede vezels, zou je de CO2-uitstoot van de modeindustrie verminderen met minder dan 10%. Kleding recyclen beperkt weliswaar het gebruik van grondstoffen (water en pesticiden voor katoen, aardolie voor polyester), maar wat de koolstofvoetafdruk betreft, ga je er echt geen ijsberen mee redden.
Kortom, in de woorden van Philippe Bihouix :
"Men stelt ons voor om het gaspedaal van de auto helemaal in te trappen, in de hoop dat we de vleugels uitvinden voordat we de rand van de afgrond bereiken."

Om het milieuprobleem van fast fashion op te lossen, verkiezen we onszelf voor de gek te houden door te gokken op technologieën die nog uitgevonden moeten worden, in plaats van het echte, netelige onderwerp aan te pakken:
Elk jaar produceert de kledingindustrie 150 miljard kledingstukken, waarvan de meeste zich opstapelen in kasten of na een paar maanden worden weggegooid. En dat blijft toenemen:

De wereldwijde kledingproductie is verdubbeld tussen 2000 en 2014. Die exponentiële curve is niet te combineren met een planeet die per definitie eindige grondstoffen heeft. Nee, er is geen planeet B.
De negatieve milieugevolgen van fast fashion zitten in de kern van het businessmodel zelf. Elk “ecologisch” initiatief zou in zo'n context neerkomen op het vullen van een lekkend bad.
De greenwashing is gevaarlijk, omdat het ons ontmoedigt om onze consumptiegewoontes te veranderen, omdat het ons doet geloven dat het probleem is opgelost, omdat het ons in slaap sust terwijl het huis in brand staat.
Natuurlijk kunnen we ooit misschien geniale technologieën uitvinden om CO2 op te zuigen of vezels te recyclen om de milieuproblemen op te lossen. Maar dat is een enorme gok. En vooral een enorm risico. En in de tussentijd blijft er één vergelijking die niet zal veranderen:
Dus wat doen we eraan?
Je kunt je eigen kleding maken. Of tweedehands kopen. Dat is cool. Maar maak jezelf niets wijs: daar kun je nooit iedereen mee kleden. Veel succes met het vinden van een wit T-shirt in maat M bij Ding Fring of Guerrisol…
Er bestaat maar één oplossing, simpel en voor de hand liggend. Gezond verstand:
Door te kiezen voor goed gemaakte kleding van kwaliteit, die zo lang mogelijk meegaat.
Katoen is natuurlijk geen Kevlar: je zult nooit een T-shirt je hele leven kunnen houden. Maar als je een minimum aan oplettendheid aan de dag legt, draag je het jarenlang. En dat is simpeler dan je denkt:
De modeindustrie is niet echt de goede richting ingeslagen. En het is aan ieder van ons om te beslissen waar ze nu naartoe moet.
Vind je wat we schrijven leuk en wil je meer? Klik dan hier om je in te schrijven voor onze nieuwsbrief. Beloofd: we schrijven weinig en we spammen nooit.
1 Nee, de textielindustrie is niet de tweede meest vervuilende sector ter wereld, na de olie-industrie. Deze statistiek, die massaal werd overgenomen door vrijwel alle media en belanghebbenden in de sector — zelfs bij de ondertekening van het modecharter voor klimaatengagement voor de COP21 — specificeert niet welk type vervuiling ze precies dekt en berust op absoluut geen enkele bron.
2 We hebben het dan nog niet eens over de arbeidsomstandigheden van de textielarbeidsters, vaak erbarmelijk, noch over de gevolgen voor de ziel van onze stadscentra.
3 In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, is het in de levenscyclus van een kledingstuk niet het transport dat veel broeikasgassen produceert (slechts iets meer dan1% van de uitstoot). Zelfs al wordt het merendeel van onze kleding aan de andere kant van de wereld geproduceerd. Ja, want een kledingstuk is niet erg groot en niet erg zwaar, dus het neemt niet veel plaats in een container in. En omdat 90% van de kleding per vrachtschip wordt vervoerd, een transportmiddel dat relatief weinig CO2 per kg/km uitstoot, stoot het ook relatief weinig CO2 uit. Het stoot daarentegen wel enorm veel fijnstof uit, maar dat is een ander verhaal.
4 Volgens het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) is het wegtransport goed voor 10% van de wereldwijde broeikasgasuitstoot: in 2010 was transport goed voor 14% van de broeikasgasuitstoot, en wegtransport is goed voor 72% van de broeikasgasuitstoot van transport. Dat zou mode dus, op basis van dit criterium, tot de vierde meest vervuilende sector ter wereld maken, na landbouw, elektriciteit en de verwarming van gebouwen, en dus transport (verdeling van de sectoren hier).
5 Deze “close loop recycling” moet onderscheiden worden van “open loop recycling”. Dat laatste bestaat uit het recyclen van plastic van andere producten, zoals flessen.
Wie zijn wij om dat te zeggen?
Je bent op La Mode à l’Envers, een blog van het kledingmerk Loom. Het gaat niet best met de textielindustrie, en de planeet betaalt het gelag. Dus alles wat we over de branche te weten komen, proberen we je hier uit te leggen. Want duurzame kleding maken is goed, maar dingen blootleggen, delen en anderen inspireren heeft nog veel meer impact.
Vind je wat we schrijven leuk en wil je meer? Klik dan hier om je in te schrijven voor onze nieuwsbrief. Beloofd: we schrijven weinig en we spammen nooit.




Wie zijn wij om dat te zeggen?
Je bent op La Mode à l’Envers, een blog van het kledingmerk Loom. Het gaat niet best met de textielindustrie, en de planeet betaalt het gelag. Dus alles wat we over de branche te weten komen, proberen we je hier uit te leggen. Want duurzame kleding maken is goed, maar dingen blootleggen, delen en anderen inspireren heeft nog veel meer impact.
Vind je wat we schrijven leuk en wil je meer? Klik dan hier om je in te schrijven voor onze nieuwsbrief. Beloofd: we schrijven weinig en we spammen nooit.







Wie zijn wij om dat te zeggen?
Je bent op La Mode à l’Envers, een blog van het kledingmerk Loom. Het gaat niet best met de textielindustrie, en de planeet betaalt het gelag. Dus alles wat we over de branche te weten komen, proberen we je hier uit te leggen. Want duurzame kleding maken is goed, maar dingen blootleggen, delen en anderen inspireren heeft nog veel meer impact.
Vind je wat we schrijven leuk en wil je meer? Klik dan hier om je in te schrijven voor onze nieuwsbrief. Beloofd: we schrijven weinig en we spammen nooit.

Omdat:
We willen zo veel mogelijk mensen informatie geven die het verdient om verspreid te worden, maar die je nergens anders vindt: niet via een zoekmachine, en ook niet in de krant. Informatie waar we dankzij ons werk toegang toe hebben. En ook interessante informatie hoor, want als het er alleen op neerkomt jou uit te leggen waar de driekwartbroekvandaan komt… Op deze blog hebben we het net zo goed over hoe onze sokken worden gemaakt als over wat er mis is met start-ups. Soms maken we artikelen, soms video's en dan weer strips. Het kan gebeuren dat we meerdere keren in één week publiceren en dan 6 maanden niets. Kortom, we kunnen niets beloven qua planning. De enige dingen waar we ons wel aan verbinden, zijn de volgende:
Op zoek gaan naar de waarheid is allemaal goed en wel, maar uiteindelijk zijn we toch een kledingmerk. Om een bedrijf bekend te maken, denken we dat de meest verantwoorde manier is om interessante dingen te vertellen in plaats van reclame te maken (op tv, op internet, bij influencers, met affiliate marketing, in de metro enzovoort). En om eerlijk te zijn, zouden we ook niet goed weten hoe we het anders moesten aanpakken. Want het is veel stimulerender om over een onderwerp na te denken dan om de doelgroep van een Facebook-advertentie in te stellen. Want het is veel duurzamer om een artikel te schrijven dat permanent op onze blog blijft staan, dan om een poster te maken die na 10 dagen weer uit de metro wordt gehaald. Want het is veel eerlijker om ons geld te besteden aan de lonen van de mensen die deze content maken, dan om alles aan Google, Facebook of JCDecaux te geven. Dus ja, we hebben er economisch belang bij om deze blog te maken. Maar we denken ook dat kleding maken niet genoeg is om de textielindustrie te veranderen: blootleggen, delen, inspireren — dat heeft nog veel meer impact.Zo, nu weet je alles, in ieder geval over onze bedoelingen. Veel leesplezier!
Onze analyses om te begrijpen wat er achter de schermen van de mode-industrie gebeurt