Het aantal nachtclubbezoekers van de afgelopen 24 maanden? De verkoop van driekwartbroeken sinds 1990? De populariteit van François Fillon in diezelfde periode?
Het is de curve van broeikasgasemissies die we moeten volgen als we onder de twee graden opwarming willen blijven en tegen het einde van de eeuw nog een enigszins leefbare planeet willen overhouden (en, terzijde, om het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 na te leven).
Om precies te zijn, is het het traject van broeikasgasemissies om 66% kans te hebben om onder de grens van 2 graden te blijven zonder gebruik te maken van koolstofafvangtechnologie (een nogal riskante gok).
Met andere woorden: we moeten onze uitstoot in 30 jaar tijd door 3 delen. Dat is veel. En vooral: als het niet lukt, dreigt het heel, heel pijnlijk te worden:
Voorbeeld van wat er gebeurt als we op de huidige weg doorgaan: bijna niemand zal nog in de rode zones op de kaart willen wonen (en ja, dat zijn ook de dichtstbevolkte gebieden ter wereld).
De textielindustrie is verantwoordelijk voor tussen de 4 en 8% van de wereldwijde broeikasgasuitstoot: als ze haar deel van het werk wil doen, moet ze haar uitstoot binnen één generatie minstens door drie delen (dat is een wat vereenvoudigde manier om ernaar te kijken, maar het is de aanname die we in dit artikel hanteren).
En op het eerste gezicht staan kledingmerken in staat van paraatheid om die uitdaging aan te gaan.
De strategie van de merken om de planeet te redden
Tijdens de laatste G7 verzamelde zich een wereldwijde coalitie van textielbedrijven onder de naam Fashion Pact. Ze ondertekenden onder andere een reeks toezeggingen om hun CO2-uitstoot te verminderen. Goed nieuws? Als je van dichtbij kijkt, blijkt dat deze toezeggingen vooral op twee soorten acties steunen:
1/ Ze kiezen zogenoemde duurzame materialen : lyocell, gerecycled katoen, linnen, gerecycled polyester… ervan uitgaande dat die minder CO2 uitstoten.
Strategie nr. 1 om de opwarming van de aarde te beperken.
2/ Ze verminderen de uitstoot die te maken heeft met hun interne werking, onder meer door over te stappen op hernieuwbare energie of door led-lampen te installeren in hun kantoren of winkels.
Strategie nr. 2 om de opwarming van de aarde te beperken.
Wat denk jij: gaan deze twee acties ervoor zorgen dat de uitstoot van de modesector binnen één generatie door drie wordt gedeeld?
Dat zou geweldig zijn. Maar nee.
Het is eigenlijk meer een Fashion Faux Pact, als je het ons vraagt(en als je van woordgrapjes houdt).
Want het grootste deel van de uitstoot van de textielindustrie hangt niet af van de gebruikte materialen, noch van de verlichting in kantoren of winkels.
Om te begrijpen waar de broeikasgassen van textiel vandaan komen, moeten we wat natuurkunde erbij halen (beloofd, het is makkelijk te begrijpen, ook als je sinds je 13e geen bunsenbrander meer hebt aangeraakt).
De heerschappij van de machines
De broeikasgasuitstoot van textiel komt grotendeels van iets dat je nooit ziet : de energie die wordt verbruikt door de machines die de grondstof (of dat nu katoen, linnen, tencel of polyester is) omzetten in kleding.
Tijd voor wat "factory porn":
"Hallo, ik kom de kaardmachine repareren."Een kaardmachine maakt het mogelijk om katoen- of wolvezels parallel te leggen.
Een machine die de vezellinten tot garen "spint" op klossen.
Een weefgetouw (dat heet "loom" in het Engels, mooi woord toch?).
Een rondbreimachine om bijvoorbeeld je t-shirts te breien.
Kuipen om kleding te verven (de temperatuur loopt op tot 100°C).
Een sanforiseermachine die waterdamp op textiel blaast, zodat het niet drie maten krimpt als je het wast.
Enzovoort, enzovoort.
Al die enorme machines verbruiken heel, heel veel elektriciteit. En ze staan vaak in Azië, waar elektriciteit wordt opgewekt door kolen- of gascentrales – fossiele brandstoffen die bij verbranding broeikasgassen uitstoten. Dat telt dus flink mee in de CO2-uitstoot van een kledingstuk:
Verdeling van de uitstoot van een kledingstuk over de hele levenscyclus (exclusief gebruik en einde levensduur), op basis van een vergelijking van de studies Quantis en McKinsey. Deze cijfers komen overeen met het laatste rapport van het WRI, dat 24% van de uitstoot toeschrijft aan grondstoffen.
Door hun inspanningen te richten op grondstoffen of hun winkelnetwerk, vechten de merken de verkeerde strijd: zo zullen ze hun CO2-uitstoot echt niet in 30 jaar tijd door drie kunnen delen. In een ultra-ultra-optimistisch scenario, waarin we ervan uitgaan dat duurzame grondstoffen zonder enige CO2-uitstoot worden geproduceerd (wat niet het geval is) en waarin de productievolumes ophouden te stijgen (ook dat is niet het geval), ziet het traject van CO2-uitstoot er in het beste geval zo uit:
Stippellijn: traject van de CO2-uitstoot als de hele wereld dezelfde soort strategie zou volgen als de textielindustrie.
Kortom, de enige echte manier om de ramp af te wenden, is ervoor zorgen dat de textielmachines hun uitstoot drastisch verminderen. Hoe pak je dat aan?
Eerste optie – die machines laten draaien op "schonere" energie
Windturbines, zonnepanelen… Probleem: in de afgelopen 30 jaar, sinds we ons druk beginnen te maken om het klimaat, is het aandeel fossiele brandstoffen in de elektriciteitsproductie nauwelijks veranderd…
Kortom, onze kleren worden nog steeds gemaakt dankzij steenkool en gas. Er is toch reden voor optimisme over de toekomst, vooral omdat de kosten van hernieuwbare energie zo sterk zijn gedaald dat ze de afgelopen jaren steeds concurrerender worden ten opzichte van fossiele brandstoffen. Maar om zulke lage kosten te kunnen halen, moeten we een flink deel fossiele of nucleaire energie behouden om continu stroom te hebben (jazeker, er is niet 24/7 zon of wind). Dus of we het gebruik van fossiele brandstoffen de komende 30 jaar door drie kunnen delen… reken er maar niet op.
Tweede optie – er moeten efficiëntere machines komen die minder energie verbruiken.
Het klopt dat er veelbelovende ontwikkelingen zijn, vooral in verfprocessen. We kunnen nu machines bouwen die kleding verven met veel minder water, waardoor je niet meer enorme hoeveelheden water op hoge temperatuur hoeft te brengen en dus veel minder energie verbruikt.
En voor de andere machines? Dat lijkt veel lastiger. Om de uitstoot van machines in 30 jaar tijd door 3 te delen, zou hun energierendement met 300% moeten stijgen… Wat vrijwel geen enkele kans van slagen heeft. Om je een idee te geven: het energierendement van benzinemotoren in auto's is in 30 jaar met 16% gestegen. Voor vliegtuigen is het ongeveer hetzelfde. En voor spinnerijen of weefgetouwen, waarin doorgaans veel minder in R&D wordt geïnvesteerd, is het moeilijk voor te stellen dat we het veel beter kunnen doen… Nog los van het feit dat we niet van de ene op de andere dag het hele bestaande machinepark kunnen vervangen.
En dan (daar hadden we eigenlijk mee moeten beginnen), door de geschiedeni...
Het verbeteren van energie-efficiëntie heeft bijna NOOIT geleid tot de verwachte daling van het energieverbruik.
Soms heeft ze het zelfs verhoogd. Dat noemen we het reboundeffect : een hoger rendement van machines verlaagt de prijs van producten en zet mensen aan om er meer van te kopen. Dit effect speelt overal en altijd (en toch wordt het door milieubeleid bijna altijd over het hoofd gezien).
Enkele historische voorbeelden van het reboundeffect:
In transport: de efficiëntie van motoren is verbeterd, dus betaal je minder per afgelegde kilometer, dus reis je vaker. Resultaat: het totale olieverbruik per persoon blijft maar stijgen.
In de digitale sector: de kosten van dataopslag en de prijs van apparaten zijn gedaald, en digitale technologie verbruikt vandaag bijna 10% van de wereldwijde elektriciteit.
In de textielindustrie zelf: als we vandaag zo veel kleren kopen, komt dat vooral doordat duizenden machines het handwerk hebben vervangen en zo de prijs van kleding drastisch hebben verlaagd.
Het spinnewiel: geen erg efficiënte manier om een t-shirt te maken,maar het weerhield mensen er wel van om er 10 per jaar te kopen.
Dus… Welke laatste optie blijft er over om de CO2-uitstoot in 30 jaar tijd door drie te delen?
Het volume van de kledingconsumptie door drie delen
Ja, je leest het goed: als merken de levende wereld niet willen opofferen, moeten ze ons drie keer minder kleding verkopen dan nu.
En dat is… precies het tegenovergestelde van wat ze doen.
Het verkoopvolume van kleding in Frankrijk is in 20 jaar tijd bijna verdubbeld, met de opkomst van fast fashion en later e-commerce: Amazon, Vente Privée, Zalando, Wish… (bronnen hier).
Hoe de huidige strategie van de merken de overproductie verergert
Als merken maar blijven hameren op het feit dat ze "duurzamere" materialen gebruiken zonder verder iets te doen, maakt dat het probleem erger (of ze zich daar nu bewust van zijn of niet). Door zich als "groen" te profileren terwijl ze alleen aan bijzaken werken, sussen merken de eco-angst van klanten in slaap om ze te blijven laten kopen, of zelfs meer te laten kopen meer.
Een panel van tien kledingmerken verklaarde onlangs dat "ecodesign" hun omzet aanzienlijk kon verhogen, met +7% tot +18% (en tegelijk de productiekosten verlaagde). Jazeker: we consumeren meer wanneer onze negatieve emoties worden afgeleid. In deze studietoonden onderzoekers bijvoorbeeld aan dat we 20% meer cadeaupapier gebruikten wanneer ons werd verteld dat de restjes zouden worden gerecycled… Dat zie je trouwens ook terug in de communicatie van merken – duurzaamheidsargumenten zijn excuses om mensen aan te zetten meer te kopen:
15% korting als je je kleding in de recyclingbak stopt.
Cadeaubonnen te winnen tijdens een campagne over recycling.
Een foto die een van onze klanten ons onlangs stuurde: 3 "groene" kledingstukken voor de prijs van twee.
Tussendoor: waarom recycling (soms) een rookgordijn is Sommige merken noemen recycling of de "circulaire" economie als oplossing voor milieuproblemen, bijvoorbeeld door recyclingpunten in de winkel te plaatsen.
Recycling heeft zeker voordelen, zoals de mogelijkheid om materialen lokaal te produceren of minder nieuwe grondstoffen te gebruiken. Maar wat het verminderen van broeikasgassen betreft, helpt recycling maar heel weinig. En dat om drie redenen : 1/ Vandaag wordt slechts 1% van onze kleding "gerecycled", dat wil zeggen omgezet in nieuwe kleding. Kleding in goede staat wordt weliswaar doorverkocht als tweedehands kleding, maar dat is maar 6% van het volume. En de rest? Die gaat óf naar Afrika (waar veel ervan simpelweg de openluchtstortplaatsen aandikt), óf wordt "gedecycled" tot poetslappen of isolatietextiel.
2/ Stel dat we de recyclingtechnologie voldoende verbeteren en erin slagen veel meer nieuwe kleding van oude kleding te maken. Zou dat onze broeikasgasuitstoot verminderen? Nauwelijks. Recycling bespaart materiaal, maar nauwelijks energie. Om gemaakt te worden, moet een kledingstuk van gerecyclede vezels namelijk hetzelfde industriële proces doorlopen: spinnen – verven – breien/weven – confectie. Resultaat: zelfs in de hypothese dat we het volume gerecyclede kleding met 40 vermenigvuldigen (dus naar 40% gaan, wat megaoptimistisch is), zou dat maar 5,9% aan koolstofuitstoot besparen ten opzichte van vandaag (en als je het nog volgt: het doel is door 3 te delen, oftewel met 66% te verminderen…).
3/ En zelfs die kleine daling van de koolstofuitstoot gaat ervan uit dat kleding van gerecyclede vezels van dezelfde kwaliteit is als andere kleding, wat helaas niet altijd het geval is. Bij natuurlijke vezels zoals katoen zijn gerecyclede vezels korter, waardoor de kleding van mindere kwaliteit is dan kleding van nieuwe vezels: ze pluizen meer, vervormen sneller, enzovoort. Dus bij gelijk gebruik… zal er meer van geproduceerd moeten worden.
Los van de consument verlamt deze greenwashing ook burgerlijk en politiek handelen. Omdat we de indruk hebben dat de merken het probleem aanpakken, denken we dat de situatie onder controle is.
Presentatie van het "Fashion Pact" in het Élysée: als zulke belangrijke mensen er zo tevreden uitzien, denk je toch al snel dat het allemaal goed komt?
Eigenlijk wekken de meeste huidige inspanningen van merken – zoals werken aan nieuwe duurzame materialen, het recyclen van kleding beloven of energiezuinige lampen in de winkel installeren – de indruk dat er wel een technologische oplossing voor het klimaatprobleem komt. Ze blijven vastzitten in een logica van "groene groei" die hen ervan weerhoudt het echte probleem aan te pakken: hoe krijgen we de textielindustrie los van haar logica van overconsumptie? Dit rookgordijn kost ons kostbare tijd, terwijl actie dringend nodig is.
Dus, wij, de merken, wat moeten we doen?
Wat merken moeten doen
Om de hoeveelheid kleding die elk jaar wordt geproduceerd te verminderen, moeten we de directe oorzaken van deze overconsumptie aanpakken.
Het eerste wat we moeten doen, is stoppen met onze communicatie te richten op symbolische maatregelen met weinig ecologische impact die klanten juist zouden kunnen aanzetten om meer te kopen: gerecyclede polybags, kraftverpakking, duurzaam materiaal, inzamelpunten voor gebruikte kleding in de winkel, enzovoort.
Betekent dat dat het verkeerd is om deze secundaire maatregelen toe te passen? Dat we meer polyester moeten gebruiken en linnen moeten laten vallen? Natuurlijk niet. We moeten op deze ecodesign-onderwerpen blijven vooruitgaan, maar ons er wel van bewust zijn dat dat niet genoeg is. Wij, de merken, moeten ons eerst op de volgende drie dingen richten:
De kwaliteit van kleding verbeteren. Een lagere kwaliteit verkort de levensduur van kleding en dwingt consumenten om hun kleding vaker te vervangen.
De productie terughalen. Door de race naar de bodem op prijs aan te wakkeren, verergeren delocalisaties de overconsumptie en overproductie. Terughalen van de productie naar Frankrijk of Portugal zorgt daarentegen voor een drastische daling van de broeikasgasuitstoot, omdat de daar gebruikte energie weinig CO2 uitstoot.
En vooral, vooral: stoppen met aanzetten tot consumptie : stoppen met het in slaap sussen van mensen hun eco-angst door te communiceren over "klimaatneutrale", "duurzame" of "positief-impact"-kleding (niets van dat alles bestaat), het tempo van collectievernieuwing verlagen, de frequentie van uitverkoop en promoties beperken, minder reclame maken, stoppen met retargeting op internet, niet voortdurend communiceren over beperkte voorraad of deadlines, een halt toeroepen aan limited editions, collabs, enzovoort.
Dus ja, onder deze omstandigheden zullen bedrijven ertoe gebracht worden om minder kleding te maken. En ook al verkopen ze die kleding wat duurder (de prijs van kwaliteit en lokale productie), ze zullen waarschijnlijk minder omzet draaien. Is dat een probleem? Voor hun aandeelhouders, absoluut. Voor de mensen die er werken? Misschien op korte termijn. Maar op lange termijn is het uitstekend nieuws voor de werkgelegenheid. In de afgelopen 30 jaar, terwijl het verkoopvolume van kleding explodeerde, is het aantal banen in de Franse textielindustrie ingestort door delocalisatie, van 425.000 naar slechts 100.000. Een daling die veel groter is dan het aantal banen dat gecreëerd is door de kledingdetailhandel (+50.000 tussen 1996 en 2010). Als het ons morgen lukt het land stap voor stap te herindustrialiseren, zou dat honderdduizenden lokale banen kunnen opleveren.
De aandeelhouders van modebedrijven – maar hoe komen zij nog rond als ze minder kleding verkopen? Laten we een inzamelingsactie starten om ze te steunen.
Hoe zorgen we ervoor dat merken veranderen? Zoals we hebben uitgelegd in dit artikel of deze Ted-talk, moeten we er collectief mee ophouden om alleen van groei te dromen en een cultuur van "beter" ontwikkelen die die van "meer" vervangt. Maar we zijn niet naïef: we kunnen onze toekomst niet baseren op een bewustzijnsrevolutie binnen bedrijven. We kennen trouwens genoeg toffe mensen bij grote modemerken die graag zouden willen de dingen veranderen, maar er niet in slagen.
Het probleem is dat er vandaag een "premie op wangedrag" bestaat, met andere woorden: een economisch voordeel om slecht en veel te produceren. Neem een merk dat zijn productie naar Bangladesh heeft verplaatst, naar fabrieken die op kolencentrales draaien en hun giftige afval in de rivieren lozen (dus geen erg toffe fabriek). Dat merk hoeft geen van de verborgen kosten van zijn gedrag te betalen: niet de langetermijnkosten van klimaatverandering, niet de sanering van de rivieren, niet de werkloosheidsverzekering in Frankrijk voor de mensen die hun baan kwijtraken. Een merk daarentegen dat dezelfde producten maakt maar dan in Frankrijk, lokale werkgelegenheid creëert en zich alleen bevoorraadt met hernieuwbare energie, betaalt 10 keer zo veel voor zijn kleding en zal er waarschijnlijk 10 keer minder van verkopen. Een verantwoord bedrijf zijn, betekent vaak veel moeite doen die uiteindelijk een echt nadeel is ten opzichte van de concurrentie. Een beetje zoals de niet-gedopeerde renners van de Tour de France: zij trainen harder… om langzamer te gaan.
Dus, net als bij de Tour, moeten we ons afvragen wie we willen laten winnen. En daarna de spelregels veranderen.
De wetten veranderen
We zijn ongetwijfeld een beetje idealistisch, maar op wetgevend vlak zijn er volgens ons verschillende dingen die de goede kant op zouden helpen om het verkoopvolume van kleding tegen 2050 door 3 te delen (of, op kortere termijn, het volume binnen 10 jaar met 30% te verminderen)
[Update van het artikel, januari 2022] Sinds we dit artikel begin 2021 schreven, is er al veel vooruitgang geboekt in de wil om de wetten in de textielindustrie te veranderen. We hebben meegewerkt aan de oprichting van En Mode Climat, een coalitie van meer dan 300 spelers in de textielsector (merken, maar ook fabrieken, organisaties, media…) die zich verenigen om verantwoord te lobbyen tegen de opwarming van de aarde. Met En Mode Climat proberen we de regelgeving in de goede richting te sturen, met name op het vlak van milieulabeling of de invoering van een bonus-malussysteem dat fast fashion afstraft en de meest verantwoorde merken beloont. Meer info op de website van En Mode Climat.
Het is soms best technisch, dus zetten we al onze voorstellen in het kader hieronder, dat je kunt lezen als je dieper op de materie wilt ingaan.
Voorstellen om de textielwetgeving te veranderen
Het is cruciaal om zo snel mogelijk de juiste debattermen op tafel te leggen: over een paar maanden past de Franse regering de Antiverspillingswet voor een Circulaire Economie voor de textielsector aan (via het toekomstige lastenboek van de REP Textiel-keten). Dé kans om merken te dwingen echte milieumaatregelen te nemen: bonus-malus in de verkoopprijs, milieulabeling, verplicht hergebruik, enzovoort.
A - Handelsbarrières invoeren voor kleding die onder slechte menselijke en/of milieuomstandigheden wordt gemaakt.
Het lijkt ons niet normaal dat het vandaag is toegestaan om kleding naar Frankrijk te importeren die met dwangarbeid is gemaakt, aan de andere kant van de wereld, met elektriciteit uit kolencentrales. Dit zou je kunnen doen om dat te veranderen:
Een grenscorrectiemechanisme invoeren (bijvoorbeeld een koolstoftaks bij invoer), zodat zo'n kledingstuk Frankrijk niet kan binnenkomen zonder zwaar belast te worden.
Textielinvoerquota invoeren, zoals de multivezelakkoorden die bestonden voordat ze in 2005 door de WTO werden afgeschaft. Gezien wat er op het spel staat (het voortbestaan van ons allemaal), lijkt het ons niet ondenkbaar om opnieuw een gecoördineerd en coöperatief protectionisme op internationaal niveau in te voeren.
Zorgen voor de daadwerkelijke toepassing van de wet op de zorgplicht, die het mogelijk maakt om multinationals financieel te bestraffen die mensenrechten en het milieu schaden. Het is een wet uit 2017 waarmee Frankrijk wereldwijd een pionier was, maar die nog niet echt wordt toegepast: tijdens het recente textielschandaal rond de dwangarbeid van Oeigoeren in China, bleef de regering het bij een vermaning aan de betrokken merken.
De Franse regering en de merken die produceren dankzij dwangarbeid.
B - Bedrijven verplichten tot meer transparantie
De productieomstandigheden. Waarom is het vermelden van het/de productieland(en) niet verplicht op etiketten en op de websites van merken?
Verplichte milieulabeling met een score van A tot E voor elk product. Dit onderwerp wordt momenteel besproken op Frans en Europees niveau. Loom is wel bij de werkgroepen betrokken, maar het is nog maar de vraag of onze "lobby" iets uithaalt. Het is echter essentieel dat deze milieulabeling ook de duurzaamheid van kleding meeneemt, zowel wat kwaliteit betreft als de prikkels om te consumeren (je zou bijvoorbeeld een malus kunnen geven aan merken die hun collecties te snel vernieuwen).
C - De « taks » voor de milieubijdrage op kleding aanpassen.
Vandaag betaalt een merk, wanneer het een kledingstuk op de markt brengt, een taks die verlaagd kan worden als dat kledingstuk als steviger wordt beschouwd of van gerecyclede materialen is gemaakt. Op papier is dat geweldig… Maar er zou het volgende moeten gebeuren:
Het bedrag verhogen: deze taks bedraagt vandaag ongeveer 1 cent per kledingstuk. Hoe kan zo'n klein bedrag merken ertoe aanzetten hun kwaliteit te verbeteren? Zolang dit bedrag de meerkosten van een verantwoorde productie niet compenseert, zal de « premie op wangedrag » de wet blijven dicteren.
De berekeningswijze veranderen: het percentage gebruikte fossiele energie zou in het malussysteem moeten worden opgenomen, ook al is dat technisch ingewikkeld omdat de organisatie die deze taks beheert zich richt op het einde van de levensduur van het product (wat trouwens net het hele probleem is). Dat zou merken benadelen die hun kleding in Aziatische landen op basis van fossiele energie produceren, en merken bevoordelen die meer lokaal produceren, zoals in Frankrijk of Portugal, waar de energie weinig "koolstofintensief" is (zie deze studie van de Union des Industries Textiles).
D - Greenwashing bestraffen.
Daarvoor mag de ARPP (de Franse reclamewaakhond) niet langer uitsluitend door bedrijven worden aangestuurd, maar moet ze ook publieke actoren en/of ngo's in haar bestuur opnemen. Op dezelfde manier mogen de systemen van « uitgebreide producentenverantwoordelijkheid » (zoals Eco TLC / Refashion voor mode) niet langer worden zelfgereguleerd door de bedrijven zelf. Zolang deze organisaties alleen uit merken uit de sector bestaan (en niet uit publieke organisaties of ngo's), zullen hun verbintenissen nooit echt bindend zijn.E- Instrumenten voor publieke financiering sturen (staatsgegarandeerde leningen, BPI-leningen, belastingkrediet voor onderzoek…) zodat die alleen wordt uitgekeerd aan bedrijven die aan bepaalde criteria voldoen (kwaliteit van de kleding, consumptieprikkels, Europese productie…). Is het normaal dat sommige merken die aan de andere kant van de wereld produceren snel een staatsgegarandeerde lening kregen na de gevolgen van Covid, terwijl sommige Franse textielbedrijven er nog steeds op wachten?F- Reparatie en herconditionering van gebruikte kleding ondersteunen. Heel wat kleding zou gerepareerd kunnen worden in plaats van gewoon weggegooid. Het Crédit Impôt Collection (dat toch wel 45 miljoen euro vertegenwoordigt en de ontwikkeling van nieuwe producten financiert) zou kunnen worden omgevormd tot een Crédit Impôt Ré-emploi om de reparatie van kleding te financieren. Dat biedt een groot potentieel voor het creëren van banen in het land.
Waarom dit goed nieuws is
Op dit punt denk je misschien dat we je een nogal triest toekomstbeeld schetsen, waarin je jezelf aankopen ontzegt, waarin bedrijven verdwijnen, waarin we allemaal hetzelfde gekleed gaan in zwart, blauw en grijs.
Het is juist precies het tegenovergestelde.
Vandaag weten we niet onder welke omstandigheden onze kleding wordt gemaakt en zijn we verontwaardigd over de talrijke schandalen in de textielindustrie, van de Oeigoeren tot Rana Plaza. Morgen zouden we honderdduizenden waardige banen in onze eigen regio's kunnen terugcreëren en weten waar onze kleding vandaan komt.
Vandaag versmoort een handvol reuzenmerken de rest met hun race naar de bodem op prijs en maken ze de kledingsmaak wereldwijd eenvormig. Morgen zouden ze plaats kunnen maken voor duizenden merken, lokaler, doordachter, creatiever, die minder ellende en ongelijkheid veroorzaken.
Vandaag brengen we onze zaterdagmiddagen door met steeds meer kleren kopen, terwijl onze kasten al overvol zijn, in winkelstraten waar je onvermoeibaar dezelfde winkels tegenkomt, of je nu in Saint-Malo, Brive, Parijs of Nancy bent. Morgen zouden we het plezier van doordachte aankopen kunnen terugvinden. Van jezelf kleden met mooiere en duurzamere kleding. Van een knoop (laten) aannaaien in plaats van een overhemd weg te gooien. Van een winkeltje ontdekken dat je nergens anders zou hebben gezien.
Aan jou de beurt
Als je actief bent in de textielsector
De tijd dringt: over een paar maanden past de regering de Antiverspillingswet voor een Circulaire Economie voor de textielsector aan, die merken kan dwingen om te handelen. Op dit moment duwen veel merken, met het eerder genoemde Fashion Pact, niet in de goede richting. Het is dus heel belangrijk dat de regering de inzet begrijpt en deze voorstellen ter harte neemt.
Als we alleen staan, luistert niemand naar ons. Maar als ze voelen dat we met honderden zijn, zullen ze misschien wel het oor te luisteren leggen. Dus als jij ook vindt dat de wetten moeten veranderen om een einde te maken aan overconsumptie, schrijf je dan in hier zodat we een coalitie van textielspelers kunnen opzetten en dit onderwerp bij de regering kunnen aankaarten.
Als je burger bent
Oké, je had het al geraden: als we de textielproductie door 3 moeten delen, zal ieder van ons zijn of haar kledingaankopen navenant moeten verminderen (dat staat niet ter discussie, sorry voor de shopaholics onder ons). Maar naast individuele acties heb je nog andere manieren om invloed uit te oefenen. Merken proberen je via sociale media te bereiken om hun producten te verkopen, dus kun jij hen ook aanspreken. Spoor ze dus aan om te relocaliseren, spreek ze aan als je merkt dat ze hun acties op symbolische maatregelen met weinig ecologische impact richten of te veel aanzetten tot consumptie (we hebben een Insta-account over dit onderwerp). Merken zouden zich moeten schamen om aan te zetten tot consumeren en trots moeten zijn als ze het goed doen. En zolang de wet hen daar niet toe verplicht, moet sociale druk de motor van verandering zijn.
En als je nog energie over hebt, kun je ook de « informanten » van de mode aanspreken (beoordelings-apps, media, blogs over ethische mode, gidsen, insta-accounts die ethische merken in kaart brengen enzovoort): deze partijen hebben een grote invloed, zowel op individuen als op merken, dus het is ook cruciaal dat zij hun ogen openen voor de criteria die er echt toe doen.
Samen veranderen we de spelregels.
Artikel geschreven door Guillaume Declair
Enkele leestips die ons hebben geholpen bij het schrijven van dit artikel, en voor wie dieper op het onderwerp wil ingaan
De uitstekende site Carbon Brief over de opwarming van de aarde
Rapporten om de koolstofimpact van de textielindustrie te begrijpen: het Quantis-rapport Measuring Fashion en het McKinsey-rapport Fashion on Climate
Het werk van Negawatt over de beste manier om de energietransitie naar een koolstofarme samenleving te doen slagen
Toeval wil dat: een studie van een onderzoeker van het Cycleco-onderzoeksinstituut, gepubliceerd op 24 februari 2021, een week na ons artikel, exact aansluit bij de cijfers die we voor dit artikel hadden berekend: 69% van de CO2-uitstoot van kleding is te wijten aan de industriële productiefase. Dit cijfer kwam tot stand dankzij 20 Franse textielbedrijven die meewerkten door de cijfers van hun fabrieken over 17 producten te delen. Een ander rapport, dat van het World Resources Institute, verschenen in november 2021, eveneens na het artikel, wijst ook 76% van de uitstoot toe aan de industriële fase (met een goede transparantie over de aannames en berekeningsmethodes).
Wie zijn wij om dat te zeggen? Je bent op La Mode à l'Envers, een blog van het kledingmerk Loom. Het gaat niet best met de textielindustrie, en de planeet betaalt het gelag. Dus alles wat we over de branche te weten komen, proberen we je hier uit te leggen. Want duurzame kleding maken is goed, maar dingen blootleggen, delen en anderen inspireren heeft nog veel meer impact. We maken nooit reclame: vind je wat we schrijven leuk en wil je meer? Klik dan hier om je in te schrijven voor onze nieuwsbrief. Beloofd: we mailen je hooguit één keer per maand.
Amper op hun site beland, word ik al bestookt met dark patterns :
- 10% als ik me inschrijf voor hun nieuwsbrief,
- 15% als ik een vriend doorverwijs,
- 57% als ik 10 Gargouilles koop, wetende dat ze je aansporen om minstens 5 wasballen te kopen voor 9 kilo wasgoed (de inhoud van een klassieke wasmachine).
Kortingen in overvloed.
Ook een minpunt in de algemene verkoopsvoorwaarden van de site: het bedrijf achter dit merk is gevestigd op 66 avenue des Champs-Élysées : een kantoor dat domicilieadressen voor maatschappelijke zetels verhuurt. Concreet is dat geen bewijs van oplichting, maar ik snap anderzijds niet waarom een bedrijf zijn klanten niet het echte adres wil geven (als iemand me hierover kan verlichten…)
Edit: ik heb het antwoord gekregen over het domicilieadres van het bedrijf dat de Gargouilles verkoopt (bedankt Florence) Een domicilieadres is erg interessant voor bedrijven die: * regelmatig van pand veranderen: zo hoeven ze niet om de haverklap hun statuten te wijzigen (en dat hoeft dan ook niet steeds geld te kosten), * gevestigd zijn in gebouwen met mede-eigendom die niet willen dat een appartement de zetel van een bedrijf wordt, * niet de CFE (de Franse bedrijfsonroerendgoedbelasting) van hun stad willen betalen: de CFE van Parijs is de goedkoopste van Frankrijk. Het domicilieadres van de Gargouilles aan de Champs-Élysées is dus goed te begrijpen.
Na wat snel zoeken vond ik ook 3 concurrenten die exact hetzelfde product verkopen:
Les Gallinettes (waarvan de site inmiddels offline is sinds de publicatie van dit artikel)
Bambusliebe (waarvan de activiteiten sinds de publicatie van ons artikel ook stilgelegd lijken te zijn)
Novaclean (idem)
En op Aliexpress vind je diezelfde ballen terug voor € 1.
Ontbreekt alleen nog een quizmaster en we zitten zo in “Wie is het?”.
Het bedrijf achter de Gargouilles doet weliswaar niet aan dropshipping , want de voorraad van de Gargouilles bevindt zich in Frankrijk (wat blijkt uit de levering in minder dan 3 dagen) en het merk heeft een eigen verpakking voor het product ontwikkeld. Maar bij € 35 voor de Gargouilles tegenover € 1 op AliExpress, is dat wel een dure verpakking, of niet?
Een marge waarmee je meer dan € 600.000 aan advertenties op sociale media kunt uitgeven in één jaar (informatie gevonden op de Facebookpagina van de Gargouilles (in het onderdeel Transparantie van de Pagina > Alles bekijken > Naar de advertentiebibliotheek)
Misschien denk je dat ik kwaadaardig ben, en dat het prijsverschil wel te maken zal hebben met het feit dat het product in Frankrijk wordt gemaakt. Dat klopt, die kans bestaat… die ik zou inschatten op 0,0001%: uit onze ervaring blijkt dat wanneer merken de productielocatie niet vermelden, dat komt omdat het land niet sexy staat op het etiket.
De Gargouilles en hun verpakking van € 35.
Oké, oké, misschien is het in China gemaakt en wordt het een beetje te duur verkocht. Maar als het de was uiteindelijk ecologischer wast, is dat toch mooi meegenomen, niet? Dat klopt. Maar dan moeten die Gargouilles wel echt de was schoonmaken. En dat is wat ik wilde nagaan.
Wat opzoekwerk bracht me bij een onderzoek uit 2009 van QueChoisir , dat aantoont dat wasballen niet werken. Volgens dat onderzoek zijn ze net zo effectief als wassen met warm water zonder wasmiddel. Hun tests zijn overgenomen hier door FRC Mieux choisir, het magazine van de Fédération romande des consommateurs.
De resultaten van QueChoisir.
Maar is Que Choisir niet gewoon een verlengstuk van de wasmiddelenlobby? Dat zou heel verrassend zijn, aangezien de vereniging in het verleden ten strijde is getrokken tegen fosfaten in wasmiddel en giftige geurstoffen in luchtverfrissers, volgens Wikipedia.
Maar misschien zit Que Choisir er toch naast? Al is het hun taak om tests te doen, het kan altijd. Dus besloot ik het zelf te controleren.
Test van de ondoeltreffendheid van de Gargouilles
Ik heb de test uitgevoerd op een vaatdoek met de 3 soorten vlekken die er bestaan: vetvlekken (olijfolie), enzymatische vlekken (gesmolten pure chocolade) en oxideervlekken (rode wijn) (klik hier om de foto's van de vaatdoeken vóór het wassen te bekijken - bah).
Ik heb de Gargouilles vergeleken met een was met alleen water (dus zonder enig product in mijn machine), met een conventioneel vloeibaar wasmiddel (Persil met savon de Marseille) en met het ecologische wasmiddel Mutyne (dat ik een paar maanden geleden heb ontdekt en dat ik erg fijn vind, want: 1- dankzij dit merk ruikt mijn was heerlijk, in tegenstelling tot alle ecologische wasmiddelen die ik eerder heb getest, en 2- ik waardeer hun aanpak, want ze hebben goed nagedacht over de beste balans tussen ecologie, effectiviteit en eenvoud).
Resultaat : over het geheel genomen zijn de vlekken op mijn 4 vaatdoeken, na een normale wasbeurt op 30°C, verre van verdwenen. Het standaard wasmiddel en het ecologische wasmiddel deden het beter dan de Gargouilles (klik op elke foto om ze te vergroten). Ik zie geen verschil tussen de vaatdoek gewassen met de Gargouilles en de vaatdoek gewassen zonder product.
Deze resultaten worden bevestigd door de uitstekende video van Radio Canada , die de prestaties van de verschillende wastechnieken heel wetenschappelijk in kaart brengt. Aarzel niet om er een kijkje te nemen :-)
Het resultaat laat niets te raden over: volgens mijn test
zijn de Gargouilles net zo effectief als wassen met alleen water.
Dus als ik zie dat de Gargouilles op de hoofdpagina van de site worden omschreven als “gezond”, “ecologisch” en “doeltreffend”, heb ik het gevoel dat ze me voor het lapje houden:
Nee, het plastic van de Gargouilles is niet gezond, want zoals elk synthetisch voorwerp dat in een wasmachine terechtkomt, laat het microplastics vrij die het water vervuilen. Omdat waterzuiveringsstations ze niet voor 100% kunnen filteren, komt een deel van die microplastics dus in de natuur terecht.
Nee, de Gargouilles zijn niet ecologisch. Plastic voorwerpen met nul effectiviteit produceren en vanuit China exporteren, dat is niet ecologisch. En in tegenstelling tot wat de site beweert: het is niet het conventionele wasmiddel dat kleding aantast, maar het verkeerde gebruik van de wasmachine (te heet en/of te lang wassen).
Nee, de Gargouilles zijn niet doeltreffend. (Als je zover in dit artikel bent gekomen, snap je inmiddels wel waarom.)
Fout, fout, fout. (Edit van 02/08/2021 : 6 maanden na het schrijven van dit artikel is de vermelding "even doeltreffend als een traditioneel wasmiddel" vervangen door "voordeliger dan traditioneel wasmiddel".)
Kortom, als je dit artikel leest, raden we je aan om geen wasballen van welk merk dan ook te kopen. Wil je je kleding met minder impact op het milieu wassen, lees dan eerst deze onderhoudstips.
Dankzij de Gargouilles hebben we toch iets geleerd: wassen met alleen water werkt ook. Dus als je je ongevlekte was gewoon een frisse beurt wil geven, kun je die gerust zonder wasmiddel in de machine wassen.
P.S.: Ik heb ook de wasbal besteld die ik voor € 1 op AliExpress vond. Ik heb hem op dit moment nog niet ontvangen (een maand na aankoop), maar ik verlies de hoop niet: dat is blijkbaar een normale levertijd via die site. Zodra ik hem ontvang, hoor je het van mij. Edit van 21/04/2021: mijn eerste bestelling is door de vervoerder zoekgeraakt, dus heb ik opnieuw besteld, en die tweede bestelling is ook weer onderweg verdwenen... Ik laat het er dus bij zitten, maar als jij ooit een wasbal bij AliExpress hebt besteld (en ontvangen), stuur me gerust een foto.
P.P.S.: En als je je afvraagt hoe je wijn-, chocolade- of olievlekken weg krijgt, raad ik je het volgende aan:
Voor olie: heb je thuis terre de Sommières (een Franse ontvettende kleipoeder), strooi er dan wat van op de vlek, wacht een paar uur tot het poeder het vet heeft opgenomen en veeg het poeder er vervolgens voorzichtig af. Heb je het niet in huis: koop het bij je volgende boodschappenrondje en volg de techniek van het volgende punt.
Voor chocolade en wijn: wrijf onmiddellijk de vlek in met afwasmiddel (bij voorkeur kleurloos) of met savon de Marseille en laat het een nacht intrekken. Was je kledingstuk de volgende dag op 30°C in de machine (met wasmiddel).
Is het resultaat toch niet perfect, dan kun je je kledingstuk laten weken in een teil met heet water en zuiveringszout (of percarbonaat als je kledingstuk wit is). De techniek wordt uitgelegd hier.
Bonus: wil je echt bijdragen aan minder plastic afval in de oceanen? Simpel: koop geen Gargouille.
Wie ben ik om over het onderhoud van je kleding te praten?
Ik heet Claire en ik volg de productie op bij Loom. Kortom, ik probeer te voorkomen dat producten op onze site uitverkocht raken en ik zorg er tijdens elke fabricagestap voor dat de kleding aan onze kwaliteitseisen voldoet. Daarnaast ben ik gepassioneerd door alles wat de levensduur van onze kleding verlengt: onderhoud, reparatie en andere huis-tuin-en-keukentrucjes. Ik geef kleding graag een “extra vleugje ziel”, werk ze bij, herstel ze en geef ze een nieuwe kans wanneer niemand ze nog wil. Op deze pagina's probeer ik met je te delen wat ik weet en wat je van pas kan komen. Nog één ding: alle tips die je op deze site vindt, heb ik echt zelf getest en persoonlijk gecontroleerd of ze werken (met andere woorden, dit is geen kopieerwerk van zoekresultaten op internet). Heb je nieuwe tips voor me? Laat gerust een reactie achter onder dit artikel.
Als we onze klanten na een jaar dragen om hun mening vragen, is een van de eerste dingen die naar boven komt dat witte kleding (vooral T-shirts en overhemden) na verloop van tijd geel of grijs wordt. Daar kunnen allerlei redenen voor zijn: kleuren die in de wasmachine uitlopen, transpiratie, tomatensausvlekken…
Vergeling heeft niets te maken met de kwaliteit van het kledingstuk - het heeft alles te maken met onderhoud. Er is één ding dat werkt om te voorkomen dat je kleding geel wordt: wit apart wassen. Ik weet het, dat is lastig, want dan moet je weken wachten tot je wasmand vol genoeg is om een wasje wit te draaien. Toch werkt dat het beste. Logisch: kleding die dof wordt, komt doordat het de kleurstof van andere kledingstukken in de wasmachine opneemt. Dus als je het alleen wast met witte kleding die niet uitloopt...Oké, maar ik vermoed dat het daarvoor al te laat is en dat je wilt dat je kledingstuk weer bijna-sneeuwwit wordt. Goed nieuws: er is een trucje dat werkt voor katoen, tencel, linnen en synthetische stoffen (maar niet voor wol of zijde) en dat:
niet veel moeite kost,
goedkoop is,
geen schadelijke producten vereist.
En dat trucje heet:
Natriumpercarbonaat is een wit, reukloos poeder dat bestaat uit natriumcarbonaat (of sodakristallen) en waterstofperoxide:
De sodakristallen reinigen,
het waterstofperoxide bleekt.
Ik raad je het merk La droguerie écologique aan, want ik vind het in elke bio-winkel, het zit in eenvoudige kraftverpakking, het wordt in Europa gemaakt, maar vooral omdat het niet duur is: 5€ per kilo.⚠ Let op, in tegenstelling tot soda (bicarbonaat), is percarbonaat van soda een product dat mogelijk irriterend is, dus ga er voorzichtig mee om. Draag handschoenen en zet het raam open om de kamer te ventileren wanneer je het gebruikt.
Het principe is vrij simpel
Doe de kleding die je wilt blanken in een plastic bak. Let op #1: als je lichte kleding gebruikt die niet helemaal wit is (bijvoorbeeld beige), komt die er na deze behandeling flink lichter uit. En let op #2: als je kleding gebruikt die niet helemaal wit is (bijvoorbeeld met gekleurde randjes), bestaat het risico dat die kleine kleurvlekjes afgeven op de rest van de witte was. Kortom: we raden je aan dit trucje alleen toe te passen op echt witte kleding.
Vul de bak met flink heet water totdat je kleding helemaal onder water staat. Ik benadruk echt "heet": het heetste water uit de kraan (percarbonaat werkt vooral goed vanaf 60°C en het heetste water uit je boiler is meestal zo'n 65°C)
Voeg er een glas natriumpercarbonaat aan toe. Let op: als je het natriumpercarbonaat toevoegt, verdubbelt het volume van je mengsel. Zorg er dus voor dat je de bak niet meer dan halfvol vult en zet hem in je gootsteen of douche, zodat hij - mocht hij overlopen - niet op je vloer terechtkomt.
Roer met een houten lepel (die je niet meer in de keuken gebruikt) of een stokje (kortom, een stuk hout dat je na deze oefening niet meer in je mond stopt),
Ga lekker verder met je dag,
Giet er na een uur een waterkoker heet water bij en roer opnieuw met de houten lepel of het stokje (in deze stap neemt het volume niet toe, in tegenstelling tot stap 3),
Laat de bak een nacht staan en de volgende dag is het wit weer stralend en zijn de vlekken verdwenen!
Een wasbeurt met je andere witte kleding en je bent klaar!
Maar werkt het ook echt?
Clément (van het Loom-team) had thuis twee Loom-T-shirts uit een oudere generatie die hij niet meer droeg omdat hij ze te grijs vond.
Links: een van de "vergrijsde" T-shirts van Clément. Rechts: een nieuw T-shirt, nooit gedragen (dus goed wit).
Bak + kleding + percarbonaat + kokend water = een stralend wit resultaat voor je kleding.
Tada! Links: het vergrijsde T-shirt van Clément. Rechts: het nieuwe T-shirt. In het midden: het andere vergrijsde T-shirt van Clément na een nacht in een bak natriumpercarbonaat.
Wie ben ik om te praten over het onderhoud van je kleding?
Ik heet Claire en ik volg de productie bij Loom. Kortom, ik probeer te voorkomen dat producten op onze site uitverkocht raken en ik zorg er tijdens elke fabricagestap voor dat de kleding aan onze kwaliteitseisen voldoet. Daarnaast ben ik gepassioneerd door alles wat de levensduur van onze kleding verlengt: onderhoud, reparatie en andere huis-tuin-en-keukentrucjes. Ik geef kleding graag een "extra ziel", werk ze om, repareer ze, geef ze een nieuwe kans wanneer niemand ze nog wil. Op deze pagina's probeer ik met je te delen wat ik weet en wat voor jou nuttig kan zijn.Nog één ding: alle trucjes die je op deze site vindt, heb ik echt zelf getest en ik heb persoonlijk gecontroleerd dat ze werken (met andere woorden, het is geen kopieerwerk van zoekresultaten op internet). Heb je nieuwe trucjes die je me wilt voorstellen? Aarzel niet om een reactie achter te laten onder dit artikel.
De eerste generatie van onze riem brachten we in 2016 uit, en we dachten echt dat we alles goed hadden gedaan: Italiaans volnerfleer met plantaardige looiing, een Italiaanse gesp van Zamak (een zeer stevige legering van zink, aluminium, magnesium en koper), gemaakt in Bretagne. Pas toen we aan de mensen die hem hadden gekocht vroegen wat we konden verbeteren, kwamen we met beide voeten op de grond: bij sommige exemplaren liet het leer van onze riem in het midden los.
Een paar foto's van het loslaatprobleem bij onze riem van de eerste generatie.
Uiteraard hebben we iedereen die dit probleem bij ons meldde, terugbetaald of een nieuwe riem aangeboden1. We zijn ook gestopt met de verkoop totdat we hem hadden "gerepareerd", door een extra stiksel toe te voegen dat het loslaten voorkomt.
De stiksel langs de randen van de riem voorkomt dat hij loslaat.
Daarmee konden we de schade beperken, maar uiteindelijk heeft dit verhaal ons duur te staan gekomen:
Financieel : onze fabrikant wilde zijn verantwoordelijkheid niet erkennen (en heeft ons dus geen cent teruggegeven). Kortom, we hebben geld verloren.
Qua imago : je kunt je wel voorstellen wat klanten van ons dachten toen hun riem in tweeën openging.
Een score van 3,9/5 en 30% van de mensen die vinden dat onze riem niet duurzaam is: het recept voor een depressie bij het Loom-team.
Het was ook in die periode dat we 2 dingen begrepen. 1/ we kunnen onze leveranciers niet blindelings vertrouwen. 2/ testen (in het lab en in reële omstandigheden) is echt superbelangrijk. Naar aanleiding van dit avontuur hebben we een systematisch test- en kwaliteitscontroleproces opgezet, een proces dat we elke dag blijven verbeteren.
Kortom, een jaar later, in 2017, dachten we bij de ontwikkeling van de tweede generatie van onze riem ECHT alles goed te hebben gedaan: volnerfleer met plantaardige looiing, een gesp van Zamak, metalen klinknagels, made in France, en één enkele laag leer om elk loslaten te voorkomen. O ja, en we hadden de sterkte van het leer ook in het lab laten testen, en de resultaten waren zo goed dat we dachten: deze keer is het raak, op deze riem kunnen we 10 jaar garantie geven.
De nieuwsbrief die we in november 2017 verstuurden om de lancering van de tweede generatie van onze riem aan te kondigen.
Tot op vandaag heeft niemand een beroep gedaan op de garantie: de tweede generatie van onze riem houdt goed stand. En de score die klanten hem geven, is best eervol:
Score gegeven door klanten na 2,5 jaar gebruik.
Behalve dat een paar maanden na de lancering van deze riem:
Fout, Sherlock Guillholmes: het was de gesp van Zamak, in de serre, met de kandelaar.
Ook nu weer vroegen we onze fabriek om uitleg, en dit was hun antwoord:
Als een riem die wrijving ondervindt een verkeerd gebruikte riem is, vragen we ons af hoe je hem dan wél zou moeten dragen...
Het werd dus tijd om:
1- Van fabriek te veranderen.
2- Op zoek te gaan naar een gesp die echt onverslijtbaar is.
Op zoek naar de onverslijtbare gesp
Deze nieuwe zoektocht begon in augustus 2018 en duurde een jaar. We stelden een tiental leveranciers vragen over wat gespen duurzaam maakt, zonder ooit een bevredigend antwoord te krijgen. Sommigen noemden Zamak de top van de kwaliteit, anderen prezen messing aan als het meest slijtvast, en weer anderen beweerden dat het om het even was. Kortom, onmogelijk om het kaf van het koren te scheiden. We stonden op het punt het op te geven, toen plotseling:
Deze klant, Anne, bleek een goudmijn aan informatie te zijn:
Na twee uur aan de telefoon met haar hadden we ineens begrepen waar we een jaar lang naar hadden gezocht: een gesp die bestand is tegen slijtage, is geen gesp van Zamak of messing, maar een gesp van roestvrij staal (inox voor de vrienden).
De wetenschappelijke uitleg: Zamak of messing oxideert na verloop van tijd en verliest zijn glans. Daarom moet er een afwerklaag op worden aangebracht, bijvoorbeeld een vernikkeling die een zilverkleur geeft en bescherming tegen oxidatie. Daarbovenop komt nog een laklaag, vanwege mogelijke nikkelallergieën. Maar als deze afwerklaag ook maar een klein beetje wordt aangetast door stoten, wrijving of het zweet van onze handen, komt de zuurstof uit de lucht in contact met het onderliggende metaal en begint de oxidatie.
Een behoorlijk stevig voorbeeld van oxidatie.
Maar inox is, zoals de naam al zegt, roestvrij: er hoeft geen afwerklaag op. Het is het ruwe metaal dat in de vorm van de gesp wordt gegoten en vervolgens gepolijst – geen risico dat een afwerklaag afbladdert. En om elk risico op allergische reacties te vermijden, kozen we voor roestvrij staal van kwaliteit 316L (hetzelfde dat wordt gebruikt voor horloges van topkwaliteit).
Dat is de theorie. Maar zoals je inmiddels weet, controleren we nu liever systematisch alles zelf. We hebben een test opgezet met vier verschillende gespen in een versnelde verouderingstest in het lab: één van inox, één van messing, één van Zamak van een zogenaamd "premium" merk, en onze oude gesp van Zamak.
De martelmachine om onze gespen te testen.
De resultaten bevestigen wat Anne ons vertelde: de gesp van roestvrij staal blijft onaangetast, terwijl alle andere door wrijving en de tijd zijn aangetast.
In werkelijkheid is de slijtage niet nul, maar gewoon onzichtbaar voor het blote oog. Inox roest niet, maar slijt toch een beetje.
Kortom, deze gesp kun je doorgeven aan je kinderen en kleinkinderen.
Maar waarom maken dan niet alle merken riemen met gespen van roestvrij staal?
Omdat ze niet weten dat het beter is? Dat kan.
Omdat de meeste leveranciers het niet aanbieden? Het klopt dat je een speciale ontwikkeling moet aanvragen (en dus de bijbehorende kosten moet dragen).
Omdat het veel duurder is? Daar zit waarschijnlijk het echte antwoord: een gesp van Zamak kost ongeveer 1,50€, een gesp van inox... vijf keer zoveel2, oftewel 7€. De overgrote meerderheid van de merken is niet bereid 5 keer zoveel voor hun gesp te betalen, zelfs als dat de levensduur van een riem enorm (of zelfs eeuwig) kan verlengen.
Op zoek naar een nieuwe fabriek
Toen we eenmaal de juiste gesp op zak hadden, moesten we nog een betrouwbare partner vinden om deze riem te monteren. We namen contact op met verschillende ateliers in Frankrijk, Portugal en Spanje, en tijdens een gesprek met Atelier Joly (de makers van onze sokken)...
OOOOh Xaxa(vier)
Voor de tweede keer werken we met een leverancier uit de omgeving van Castres, in het zuidwesten van Frankrijk, en voor de tweede keer meteen een schot in de roos: Xavier is inderdaad aardig, een harde werker en heeft oog voor verzorgde afwerking. Hij was het die ons een montage voorstelde waarmee je de leren band makkelijk kunt vervangen en de gesp eindeloos kunt hergebruiken.
Je hoeft alleen de metalen klinknagel los te schroeven om de riem in te korten of de leren band te vervangen.
Op zoek naar het juiste leer
Nu moesten we alleen nog goed leer vinden. En daarvoor hoefden we niet ver te zoeken: we namen hetzelfde leer als voor onze vorige riemen, dat zowel van klanten als bij labtests hele goede scores had gekregen.
We zijn ons er terdege van bewust dat leer een omstreden materiaal is, zeker voor duurzame merken. We hadden al geprobeerd de achterkant van deze industrie te begrijpen voordat we onze leren sneakers lanceerden – ons (lange) artikel daarover is beschikbaar hier. Het is een van de moeilijkste kwesties waar we ooit mee te maken hebben gehad, want je moet rekening houden met vier factoren die soms met elkaar in tegenspraak zijn: ons comfort, dierenwelzijn, milieuvervuiling en de sociale kwestie. Voor onze sneakers hadden we geconcludeerd dat – voorlopig – de keuze voor dierlijk leer de voorkeur verdiende.
Ten eerste biedt leer een comfort dat synthetische materialen moeilijk kunnen evenaren: het is een levend materiaal dat van vorm verandert om zich aan te passen aan de welving van je middel3 zonder te barsten of te beschadigen.
Die welving is het bewijs van het comfort en de duurzaamheid van leer.
Daarnaast kan een riem, als het leer goed onderhouden wordt en de gesp stevig is, tientallen jaren meegaan. Zeker als je kiest voor "volnerfleer", het sterkste deel van de huid van een dier – waar de vezeldichtheid het hoogst is.
En om de negatieve impact op ecologisch vlak en dierenwelzijn te minimaliseren, hebben we onszelf de volgende regels opgelegd:
De leerlooierij moet in Europa gevestigd zijn, omdat de wet haar verplicht de gezondheid van haar werknemers te beschermen en haar afvalwater te zuiveren: daarom werken we samen met Lo Stivale, een gerenommeerde Italiaanse leerlooierij.
De huiden moeten uit Europa komen, waar de praktijken in principe meer rekening houden met dierenwelzijn en veel minder vervuilend zijn dan op andere continenten: de onze zijn afkomstig van veehouderijen in Bretagne.
Waar mogelijk moet er gekozen worden voor plantaardige looiing : dat is ecologischer en zorgt er vooral voor dat het leer na verloop van tijd gaat "patineren" - naarmate de jaren verstrijken, zullen krassen of schrammen het leer wat tekenen en wordt de kleur donkerder. Dat is geen teken van slechte kwaliteit, integendeel: de tijd geeft deze riem juist een unieke persoonlijkheid.
Zo zal hij verouderen
Onlangs hebben we onze klanten gevraagd om foto's te sturen van hun Loom-riem die ze al tweeënhalf jaar dragen, om een preciezer beeld te krijgen van hoe het leer van onze riem veroudert. Dit is het resultaat:
Na 2 jaar en een half gebruik.
Je kunt zien dat het leer op de plek waar de gesp drukt, tekenen vertoont.
De enige manier om deze tekenen te verminderen, zou zijn om een riem met drie lagen te maken: een "sandwich" met twee lagen leer en daartussen een steviger kunststof materiaal. Maar dat is precies wat we voor de eerste generatie van onze riem hadden gedaan, en je begrijpt dat we absoluut niet opnieuw het risico willen lopen dat het loslaat. Andere optie: de sandwich niet met lijm maar met stiksels aan elkaar zetten: dat houdt zeker langer stand, maar een stiksel is een zwakke plek: het volstaat dat één stukje draad losschiet en de hele riem is naar de knoppen (en bovendien vinden we het er esthetisch minder mooi uitzien). Dus hebben we ervoor gekozen dit uiteindelijk kleine probleem te accepteren.
Maar om je zelf een beeld te laten vormen, hier nog meer foto's van Loom-riemen die al meerdere jaren gedragen worden:
En dit is wat de mensen zeggen die hem al meer dan 2 jaar dragen:
De beperkingen van onze riem
Ook al is dit al de derde generatie van deze riem, hij is nog steeds niet perfect. Er zijn met name twee dingen waarop we ons moeten verbeteren:
De gesp wordt gemaakt in China. We proberen onze (Franse) leverancier ertoe te bewegen een manier te vinden om hem lokaler te produceren (maar hij zegt ons dat we dan niet dezelfde kwaliteit zullen krijgen), en we zoeken tegelijkertijd naar andere leveranciers die in Europa produceren en wier fabrieken we kunnen bezoeken.
Onze verpakking : vroeger werd onze riem verpakt in een mooie kartonnen doos… gemaakt in China. We wilden dezelfde doos vinden, maar made in France… maar die kostte 3€ (als je meetelt, dat is 2 keer de prijs van een gesp van Zamak made in Italië). In afwachting van een ethische maar betaalbaardere verpakking, kozen we dus voor de oplossing die Xavier ons voorstelde: doorzichtige stoffen zakjes gemaakt in Roemenië, die hij ook voor zijn andere klanten gebruikt.
Update april 2021: onze riemen worden voortaan verpakt in een mooi zakje made in Italië, van gerecycled katoen.
En dat is het eindresultaat
Mooi hè, deze riem van de 3e generatie?
Ook al was de weg naar de 3e generatie van deze riem lang en bochtig, we zijn heel tevreden met het resultaat: voor de tweede keer is het ons gelukt om een made in France product te maken van veel betere kwaliteit dan wat er op de markt te vinden is, zelfs bij premium merken. Om dat te bereiken hebben we niet geprobeerd op kosten te besparen (want we weten dat dit vaak ten koste gaat van kwaliteit of ethiek): gezien alle keuzes die we hierboven beschreven hebben, kost het nu 50% meer om deze riem te produceren dan de vorige generatie: 20,80€ in plaats van 13,50€. We hebben onze berekeningen gemaakt en besloten om hem voor 55€ te verkopen : dat is echt een onverslaanbare prijs-kwaliteitverhouding voor onze klanten, en voor ons laat het een redelijke marge over om van te leven.
we hebben veel berichten gekregen met het verzoek om een iets bredere riem te maken voor een minder formele look. Belofte maakt schuld: de brede riem is beschikbaar hier.
het staal dat we gebruiken is voortaan 304L, want het gebruik van 316L was wat je "overkwaliteit" noemt, oftewel meer prestatie dan nodig is voor het gebruik van deze riem. Het voordeel van 316L-staal ten opzichte van 304L is namelijk dat het bestand is tegen jodium- en chloorhoudende omgevingen. De rest van de eigenschappen is identiek. Aangezien we er vrij zeker van zijn dat niemand met deze riem gaat zwemmen, gebruiken we voortaan 304L-staal voor de gesp van deze riem.
Wie zijn wij om dat te zeggen? Je bent op La Mode à l’Envers, een blog van het kledingmerk Loom. Het gaat niet best met de textielindustrie, en de planeet betaalt het gelag. Dus alles wat we over de branche te weten komen, proberen we je hier uit te leggen. Want duurzame kleding maken is goed, maar dingen blootleggen, delen en anderen inspireren heeft nog veel meer impact. Vind je wat we schrijven leuk en wil je meer? Klik dan hier om je in te schrijven voor onze nieuwsbrief. Beloofd: we schrijven weinig en we spammen nooit.
Voetnoten
1 Trouwens, als jouw riem van deze generatie ook loslaat, stuur ons dan een mail naar hello@loom.fr, dan betalen we je terug of sturen we je een nieuwe.
2 Eigenlijk kosten beide metalen ongeveer evenveel, maar een gesp van staal is veel duurder om te maken. Zamak heeft namelijk zeer goede "gietbaarheid", waardoor een gesp in één keer gegoten kan worden. Staal is daarentegen minder goed gietbaar, en moet dus na het gieten nog bewerkt worden om de binnenkant van de gesp te vormen, een lang en relatief duur proces.
3 Trouwens, het Amerikaanse broekenmerk Bonobos werd bekend om zijn gebogen riem, die anatomisch beter is aangepast dan rechte riemen.
De compensatie is geen oplossing: als we bijvoorbeeld al onze CO2-uitstoot zouden willen compenseren door bomen te planten, zouden we vrijwel alle landbouwgrond die vandaag wereldwijd in gebruik is moeten bebossen. Bron: Jean-Marc Jancovici.
Hetreboundeffect legt, meer algemeen, uit dat de energiebesparing die een nieuwe technologie belooft, teniet wordt gedaan door een toename van het verbruik. En dat is verre van het enige perverse effect van duurzame ontwikkeling.
Een investeringsfonds is een onderneming die geld van investeerders ophaalt en dat belegt door aandelen in bedrijven te kopen. Het cijfer "driekwart" komt uit het witboek dat in 2016 werd gepubliceerd door de Association Nationale des Sociétés par Actions.
Wil je meer weten, lees dan "Successful Non-Growing Companies" , gepubliceerd in 2015 door Liesen, Dietsche en Gebauer. Wil je meer weten over schaalnadelen, lees dan de pagina Wikipedia.
Aandelenopties : variabele beloning gekoppeld aan de aandelenkoers, die sinds de jaren 70 explosief is gestegen. Daardoor is het salaris van grote Amerikaanse topmannen in 40 jaar met meer dan een factor 10 gestegen, terwijl dat van een gemiddelde werknemer maar met 12% steeg.
Wie zijn wij om dat te zeggen? Je bent op La Mode à l’Envers, een blog van het kledingmerk Loom. Het gaat niet best met de textielindustrie, en de planeet betaalt het gelag. Dus alles wat we over de branche te weten komen, proberen we je hier uit te leggen. Want duurzame kleding maken is goed, maar dingen blootleggen, delen en anderen inspireren heeft nog veel meer impact. Vind je wat we schrijven leuk en wil je meer? Klik dan hier om je in te schrijven voor onze nieuwsbrief. Beloofd: we schrijven weinig en we spammen nooit.
In april 2019, in de reacties op een artikel zei je dit tegen ons:
En dat zette ons flink aan het denken. We beseften dat sneakers het kledingstuk zijn dat het snelst kapotgaat. Het klopt dat het door de klappen, de wrijving en de regen niet makkelijk is om ze langer dan een jaar of twee te houden. En om het nog erger te maken, zijn de mogelijkheden om ze te hergebruiken of te recyclen zo goed als onbestaand.
Dus namen we ons voor om écht duurzame sneakers te maken:
duurzaam in de zin van “sterk”: die zo lang mogelijk meegaan
duurzaam in de zin van “ethisch”: met een zo klein mogelijke sociale en ecologische voetafdruk
duurzaam in de zin van “mooi en comfortabel”: sneakers die je over twee jaar nog steeds graag draagt
Deze drie kenmerken combineren, dat vergt onvermijdelijk compromissen. Deze sneakers zijn niet perfect, maar het zijn wel de beste die we hebben weten te maken.
Dit is hoe we te werk zijn gegaan.
With a little help from Caroline
Om te beginnen hadden we het geluk Caroline tegen te komen. Kort gezegd: Caroline is een ster in de schoenenwereld. Ze werd opgeleid bij Hermès, werkte bij Castelbajac en schoeide een paar onbekende artiesten zoals Beyoncé, Lady Gaga en Gondry, voordat ze haar eigen merk luxe sneakers oprichtte. We zitten ook op één lijn wat milieukwesties betreft en delen dezelfde visie op ondernemen (anders had ze nooit met ons willen samenwerken).
Quiz: zoek op deze foto de persoon die geen schoenen van Caroline draagt en daar dus goed balen van heeft.
Eerlijk gezegd weten we niet hoe we het zonder haar hadden moeten doen. Om een kledingstuk te maken, moet je meestal twee leveranciers vinden (1- degene die de stof maakt, 2- degene die het kledingstuk confectioneert), maar voor schoenen is dat een heel ander verhaal: je moet de confectiewerkplaats vinden, de leestenmaker, de leveranciers van leer, veters, oogjes, buitenzool, binnenzool, kartonnen doos… Caroline bracht ons rechtstreeks in contact met de juiste mensen: we konden begrijpen wat een schoen van kwaliteit maakt, de processen ontleden, de beste onderdelen kiezen, met eigen ogen de werkomstandigheden zien... Uiteindelijk bevinden de meeste partijen die betrokken zijn bij de productie van deze sneaker zich binnen een straal van 50 km rond Porto. Dat levert niet alleen meer kwaliteit en flexibiliteit op, en voorkomt niet alleen dat de sneaker 40.000 km moet afleggen voordat hij bij jou thuis is, maar zorgt vooral ook dat een netwerk van lokale bedrijven in symbiose kan werken. Is dat niet de toekomst van de economie?
Hoe hebben we dat aangepakt?
Om zeker te zijn dat we een sneaker maakten die lang meegaat, hebben we een enquête gehouden met maar één vraag: “Waarom gooi je je sneakers weg?”. Daarna hebben we de 1000 antwoorden die je ons gaf, uitgeplozen, en dit is wat we eruit hebben gehaald.
De zool, de achilleshiel van de sneaker (lol)
Over het algemeen is het de zool die het eerst opgeeft.
We hebben deze meneer voor de rechter gesleept omdat we de uitdrukking hebben gepatenteerd, maar verder zijn we het eens met zijn analyse.
Wat het vaakst voorkomt bij zogenaamde "kwaliteitsmerken" is het gebruik van een zool in "rubber" (een mengsel van natuurlijk en synthetisch rubber); verschillende fabrieken (waarvan Margom de bekendste is) bieden dit product aan, en elke fabriek heeft haar eigen recept. Om de sterkste te kiezen, hebben we zolen genomen van de meest gerenommeerde leveranciers en hun “slijtvastheid” gemeten met een machine zoals deze:
We hebben ook een zool getest op basis van gerecycled rubber, gemaakt van restmateriaal van de fabriek2. Die bleek 30% minder slijtvast: niet verrassend, want gerecyclede materialen zijn over het algemeen minder stabiel dan nieuw materiaal. Dus als de sneakers 3 jaar meegaan met een gewone zool, zouden ze met een gerecyclede zool nog maar 2 jaar meegaan! We hebben daarom gekozen om bij een zool van nieuw rubber te blijven. Op milieuvlak zou wat we zouden winnen met een gerecyclede zool nooit die kortere levensduur kunnen compenseren. Daarentegen, het merk O.T.A heeft het goede idee om geen gerecycled maar upcycled materiaal te gebruiken: ze halen versleten banden terug en verwerken die in de zolen. Omdat mensen over het algemeen lichter zijn dan auto's, zijn deze zolen bijna onverslaanbaar op het gebied van slijtvastheid.
Tot slot pakten we de vorm van de zool zelf aan: om de slijtagesnelheid te verminderen, hebben we wat extra materiaal toegevoegd op de plekken waar wrijving optreedt.
Deze profielblokjes voegen materiaal toe, wat de levensduur van de zool verlengt zonder het comfort te veranderen.
Leer of geen leer, dat is de vraag
Voor het hoofdmateriaal hebben we meteen stof (katoen, wol, linnen, polyester, enz.) uitgesloten: om sneakers het hele jaar door te kunnen dragen, moeten ze waterdicht zijn. En dan is er nog de kwestie van slijtvastheid: in stof ontstaan uiteindelijk altijd gaten...
Al kun je die gaten natuurlijk ook gebruiken voor een subtiel kleuraccent.
We hadden dus de keuze tussen:
Dierlijk leer (in dit geval rundleer, veruit het meest gebruikte leer in de schoenenindustrie)
Synthetisch leer: kunstleer (het “plastic” leer, zoals bijvoorbeeld “skaï”) en zogenaamd plantaardig leer (gemaakt van bijvoorbeeld appel-, ananas- of druivenafval).
Een van de redenen waarom we voor dierlijk leer kozen (in dit geval rundleer, veruit het meest gebruikte leer in de schoenenindustrie), is dat het de beste balans tussen kwaliteit en comfort biedt: het is vrijwel waterdicht, het houdt warm, het neemt vochtigheid van transpiratie op (wat geurtjes en zelfs schimmelvorming voorkomt), het is van nature flexibel en past zich in de loop van de weken aan de vorm van je voeten aan. En vooral: het is erg slijtvast. Terwijl synthetisch leer na verloop van tijd kan barsten en beschadigen3, houdt rundleer (als het goed gevoed wordt) stand.
We beseffen heel goed dat dit materiaal controversieel is voor ethische en/of duurzame merken. Daarom hebben we veel tijd gestoken in het begrijpen van deze industrie voordat we een beslissing namen. Het is een van de moeilijkste vraagstukken waar we ooit mee te maken hebben gehad, omdat je rekening moet houden met vier factoren die soms met elkaar botsen: ons comfort, dierenwelzijn, milieuvervuiling en de sociale kwestie. We leggen alles uit in een apart artikel over dit onderwerp, te lezen hier, maar als je geen tijd hebt, hier een korte samenvatting van waarom we voor leer kozen:
Dierenethiek : we weten op dit moment dat het onmogelijk is om veehouderij zonder enig dierenleed te garanderen, maar we denken dat op korte termijn de beste strategie voor dierenwelzijn is om het voortbestaan en de groei van kleinschalige, extensieve veehouderijen met verantwoorde praktijken te stimuleren. Daarvoor moet je kiezen voor leer dat in Europa geproduceerd wordt, en op middellange termijn moeten we aandringen op een traceerbaarheidssysteem voor leer waarmee je huiden kunt kiezen die van de meest verantwoorde veehouderijen komen.
Milieuvervuiling : veehouderij is weliswaar een grote bron van broeikasgassen, maar veel minder in Europa. Dus op voorwaarde dat 1- ons leer van Europese oorsprong is, 2- het in Europa wordt gelooid en 3- de leren sneaker minstens twee keer zo lang meegaat als andere sneakers, kan hij minder broeikasgassen uitstoten dan een sneaker van stof of synthetisch materiaal.
Sociale en maatschappelijke impact : alle synthetische leersoorten, ook die op basis van plantaardig afval, vereisen een complex industrieel proces, met name door het gebruik van polyurethaan (ongeveer 50% van het materiaal). Ze zijn dus vandaag nog grotendeels afhankelijk van de petrochemische en/of chemische industrie, waarvan het model ons minder wenselijk lijkt dan dat van traditionele veehouderij en looierijen, die een meer lokale, soberdere economie op mensenmaat bevorderen. (Voor de volledige redenering, klik hier).
Wat we begrepen door dit onderwerp uit te diepen, is dat voor dierenwelzijn en milieu-impact dit leer absoluut in Europa geproduceerd, gelooid en verwerkt moet worden. We zijn dus op zoek gegaan naar het juiste Europese leer.
Maar eerst moesten we de juiste kleur vinden. In het begin dachten we dat witte sneakers niet zo'n goed idee waren: op termijn te snel vies en plantaardig gelooid leer is dan onmogelijk (wit plantaardig gelooid leer verkleurt geel in de zon). Maar we kwamen snel tot het inzicht: we zijn nog geen Anna Wintour, en wij zijn niet degenen die mensen van witte sneakers zullen kunnen afbrengen.
We zijn dus op zoek gegaan naar een witte leersoort van goede kwaliteit, geproduceerd en gelooid in Europa. Het moeilijke was om er een te vinden waarvan de laag witte pigmenten niet te dik was, zodat het zijn ademende en flexibele eigenschappen niet zou verliezen, niet te plastic zou aanvoelen en na verloop van tijd niet zou barsten. Uiteindelijk, na verschillende opties te hebben onderzocht, vonden we ons geluk bij een Spaanse leerlooierij (Palomares): een Europees volnerf rundleer met korrelstructuur. Volnerf, omdat dat het sterkste deel van de huid van een dier is – daar is de vezeldichtheid het hoogst. Met korrelstructuur, omdat het, in tegenstelling tot glad leer, minder kreukels vertoont, vooral aan de voorkant van de schoen.
Voor de binnenkant vonden we in Portugal een ecologisch ongeëvenaard leer: plantaardig gelooid rundleer met natuurlijke kleurstof (dat betekent dat het chroom- en metaalvrij is, wat vooral veiliger is voor mensen met een gevoelige huid, allergieën of huidproblemen).
In je comfortzone blijven
We hebben ook alles gedaan om ervoor te zorgen dat deze sneakers geen pijn aan je voeten doen.
We hebben dus eerst aan de vorm gewerkt. Onze “leestenmaker” werkt al jaren samen met Caroline, en heeft voor ons een vorm ontwikkeld die zowel elegant als comfortabel is4 :
Ze loopt aan de achterkant iets hoger op om de hiel vast te houden, maar niet te veel om blaren aan de achillespees te voorkomen.
De neus van de schoen is voldoende bol om niet op je grote teen te drukken.
Zoals ook aangeraden door de podologen5 die we hebben ontmoet, heeft de hiel van onze sneaker een hoogteverschil van 1,5 tot 2 cm tussen de voor- en achterkant van de voet.
Maar daar bleven we niet bij, we hebben vervolgens geprobeerd het comfort van de sneaker te maximaliseren:
Voor maximaal comfort bestaat de hele buitenkant van de sneaker uit één stuk leer (ook al kost dat een beetje meer). Hoe meer aan elkaar genaaide stukken een schoen heeft, hoe meer naden er zijn, wat de sneaker verstijft en het risico op oncomfortabel draagcomfort vergroot (in de kleine wereld van de schoenenindustrie noemt men dat een vermindering van de “meegevendheid”).
De binnenzool van de sneaker (ook wel het “voetbed” genoemd) is van traagschuim latex - net als de matrassen die reclame maken in de metro - en dus superconfortabel. En hij is uitneembaar: zo kun je hem vervangen als hij versleten is, of inruilen voor een orthopedische zool.
Bovendien hebben we twee dikke schuimlagen toegevoegd rond de enkel. We gaan niet zo ver om te zeggen dat het voelt als pantoffels, maar de beelden spreken voor zich:
Eén probleem = één oplossing
Vervolgens probeerden we oplossingen te vinden voor alle andere problemen die je ons had gemeld:
P*** wat laat die zool los, zeg! Zo maak je toch geen shoes? Oh djadja!
Gaat je zool uiteindelijk los? Wij hebben hem met een laterale stiknaad aan het leer vastgenaaid6, nadat we hem eerst hebben vastgelijmd met een zeer sterke lijm zonder oplosmiddelen (die potentieel giftig zijn).
Krijg je een gat ter hoogte van je grote teen? We hebben een hard stukje harsvezel onder het leer aan de voorkant aangebracht, zodat die zone niet inzakt na verloop van tijd.
Breken je veters? We hebben gekozen voor een model in (gerecycled) polyester, sterker dan katoenen veters.
Glijdt de tong weg? We hebben er een lus aan toegevoegd, zodat de veters hem op zijn plek houden.
Krijgt de voering een gat ter hoogte van de achillespees? Een inzetstuk van gekeerd leer versterkt die zone (en voorkomt dat je hiel wegglijdt).
Gaat de hielversteviging kapot? Dat komt vaak omdat mensen te lui zijn om hun veters los te maken als ze hun sneakers aan- of uittrekken. Om ze beter te laten glijden, hebben we oogjes aan de lussen toegevoegd (en die oogjes in een speciaal bad gedompeld om te voorkomen dat ze verkleuren, zoals bij onze eerste prototypes)
. In de praktijk getest
Ook al gebruik je alleen goede ingrediënten, een gerecht kan nog steeds oneetbaar zijn… De enige manier om zeker te weten dat deze sneakers echt goed zijn, is ze in de praktijk te testen. Het is nu bijna een jaar dat we bij Loom de verschillende prototypes vrijwel elke dag dragen. We hebben zelfs een paar exemplaren uitgedeeld aan testers (je kunt zelfs de gedetailleerde feedback van een van hen lezen hier) om zeker te zijn dat onze mening niet gekleurd is.
Met deze ervaring kunnen we je vertellen dat onze sneakers tot de comfortabelste en meest slijtvaste behoren die we ooit hebben gedragen. Om eerlijk te zijn, is er maar één gebrek dat we niet hebben kunnen oplossen: wit is nu eenmaal snel vies. Dus ja, je moet ze regelmatig onderhouden. We hebben de test gedaan met een van onze prototypes, en je zult zien dat als je er af en toe een half uurtje aan besteedt, je iedereen kunt laten geloven dat ze nieuw zijn (vind trouwens onze onderhoudstips hier).
Update januari 2021: En als wit echt niets voor jou is, de sneakers zijn nu ook verkrijgbaar in het zwart.
Voor alle voeten
Omdat we wilden dat deze sneakers voor zoveel mogelijk mensen geschikt zijn, zijn ze unisex en lopen de maten van 57 tot 47 (als we verder hadden willen gaan, hadden we een nieuwe mal moeten laten ontwikkelen, en dat kunnen we ons economisch gezien nog niet veroorloven).
Hoeveel kost het?
Om in Portugal een sneaker van dit niveau te maken, moet je er de prijs voor over hebben: ze kosten € 49 om te produceren. Ter vergelijking: een paar sneakers van een groot merk zoals Stan Smith wordt in China ingekocht voor zo'n € 5 tot € 10. Kortom, om deze sneakers te kunnen maken, de logistieke en verzendkosten te betalen, de btw, en onze kinderen en huisdieren te voeden, is de minimumprijs waarvoor we ze kunnen verkopen € 115 (zoals gewoonlijk inclusief levering, en retours/ruilingen voor onze rekening).
De voorverkoop is geopend
JA WE WETEN HET, we hadden je gezegd datwe nooit meer voorverkopen zouden doen . Maar ondertussen is Covid-19 langsgekomen en moeten we goed opletten hoe we ons geld en onze voorraden beheren. Bovendien, omdat dit een gloednieuwe productcategorie voor ons is, hebben we geen idee hoeveel je gaat bestellen, noch hoe de maten verdeeld zullen zijn… Daarom vragen we het liever eerst aan jou en produceren we op basis daarvan.
De voorbestelling begint vanaf nu en loopt tot zondag 14 juni om middernacht. En we leveren … begin november. JA WE WETEN HET, DAT IS MEGA LANG7.
Serieuzer gezegd: Covid heeft veel overhoop gehaald bij onze leveranciers. Het goede nieuws is dat de fabrikant van onze schoenen een goedgevulde orderportefeuille heeft: wie op dit moment goed en lokaal produceert, heeft de wind mee. Het minder goede nieuws is dat we, als we noch de gezondheid van de mensen in zijn fabriek, noch de kwaliteit van onze sneakers willen opofferen, 5 maanden moeten wachten. Maar als we moeten kiezen, doen we liever iets goed dan snel, en we weten dat je dat begrijpt.
Update januari 2022: Deze sneakers zijn voortaan rechtstreeks te koop.
Wie zijn wij om dat te zeggen? Je bent op La Mode à l’Envers, een blog van het kledingmerk Loom. Het gaat niet best met de textielindustrie, en de planeet betaalt het gelag. Dus alles wat we over de branche te weten komen, proberen we je hier uit te leggen. Want duurzame kleding maken is goed, maar dingen blootleggen, delen en anderen inspireren heeft nog veel meer impact. Vind je wat we schrijven leuk en wil je meer? Klik dan hier om je in te schrijven voor onze nieuwsbrief. Beloofd: we schrijven weinig en we spammen nooit.
Bronnen van de voetnoten:
Het onderzoek van EcoTlc, dat stelt dat “de realiteit van de recycling van gedragen schoenen behoorlijk hard is: er zijn geen (of nauwelijks) valorisatiemogelijkheden" is beschikbaar hier.
Het onderzoek uit 2017 onder 60 podologen, waarvan 83% een hiel van 2 tot 4 cm aanraadt, is beschikbaar hier.
Voetnoten
1 En voor de kenners: ja, we hebben een Margom getest, en ja, de Bolflex is beter, ook al laten de resultaten zien dat het allebei erg goede zolen zijn.
2 Dat noemt men pre-consumer recycling. Kort gezegd halen ze defecte of afgekeurde zolen terug en smelten ze die om tot nieuwe. Vergeleken met post-consumer recycling is de kwaliteit beter, omdat de grondstof veel homogener is.
3 We hebben geen enkel onderzoek gevonden dat dit resultaat objectief bevestigt, dus herhalen we wat de leveranciers ons hebben verteld. We zullen dit onderwerp in de toekomst verder uitdiepen.
4 Er zijn zoveel verschillende voetvormen dat een sneaker nooit voor 100% van de bevolking comfortabel zal zijn. Maar een goede leestenmaker weet een vorm te maken die voor zoveel mogelijk mensen comfortabel is.
5 Het onderwerp van het hoogteverschil in schoenen (ook wel de "drop" genoemd) wordt onder podologen druk bediscussieerd. Maar volgens dit onderzoek uit 2017 onder 60 podologen adviseerde 83% van hen een hiel van 2 tot 4 cm.
6 Dat is een constructie vergelijkbaar met de beroemde Blake- of Goodyear-stiknaad bij nette schoenen (waarbij de zool helemaal onder de schoen wordt vastgenaaid), maar aangepast aan sneakers (waarbij de zool licht omhoog loopt aan de zijkanten).
7 Maar ook het tweede seizoen van Baron Noir deed er een eeuwigheid over om uit te komen, en toch was het wachten waard, of niet?
De coronacrisis legt waanzinnige beperkingen op aan onze individuele vrijheden. Deze maatregelen zijn volledig gerechtvaardigd, maar ze zouden een dictator jaloers maken: verplicht thuisblijven, verbod om te gaan en staan waar je wil, verbod op bijeenkomsten met vrienden, verbod om in een park te wandelen, verplicht je handen wassen en tijd doorbrengen met je kinderen (lol).
En toch accepteren alle Fransen (en de rest van de wereld) deze situatie bijna zonder morren.
Ja, zelfs de Balkany's houden zich aan de lockdown.
Tegenover de dreigende milieucrisis zijn de aanbevelingen van wetenschappers ook duidelijk en eensluidend : we moeten onze levensstijl veranderen , en dat dringend. Toch zijn we niet bereid om die inspanningen te leveren.
Laten we duidelijk zijn: de coronacrisis is van een buitengewone ernst: wereldwijd lijden en sterven tienduizenden mensen, werken miljoenen zorgverleners onder zeer moeilijke omstandigheden, dreigen tientallen miljoenen werknemers hun baan te verliezen. Maar de schaal blijft ruim onder die van de volgende crises die door de klimaatverandering dreigen te ontstaan. Ons landbouwsysteem blijft bijna normaal functioneren, geen enkele stad is overspoeld door water, er is geen grote migratie of oorlog ontketend, en dit virus zal nooit zoveel doden veroorzaken als de ecologische crisis: alleen al luchtvervuiling zorgt voor bijna 10 miljoen doden per jaar wereldwijd. Bovenal is de epidemie tijdelijk, terwijl klimaatverstoringen bijna eeuwig zijn. Zoals Juliette Nouel het zegt : “Klimaatontwrichting en het verlies van biodiversiteit, die nu al aan de gang zijn, zullen eeuwenlang duren en leiden tot een onafgebroken opeenvolging van crises zoals die we vandaag beleven.”
Kleine vergelijking van de risico's Coronavirus / Klimaat (dank aan Jancovici voor de inspiratie).
Zijn er dan lessen te trekken uit de manier waarop we het coronavirus aanpakken, om de dreigende ecologische crisis het hoofd te bieden?
Ja. Want vandaag beseffen we dat we, geconfronteerd met gevaar, individueel en collectief in staat zijn om onze levensstijl te veranderen. En in het bijzonder dat we in staat zijn om uit ons consumptiemodel te stappen.
Het probleem van ons consumptiemodel: marginaal comfort
We hebben allemaal fundamentele behoeften: drinken, eten, een dak boven ons hoofd, gezondheidszorg, verwarming, kleding... En voor de meeste mensen in zogenaamd ontwikkelde landen zijn deze behoeften ruimschoots vervuld. Dus kunnen we ook wat meer “kunstmatige” behoeften invullen: sneakers kopen, op vakantie gaan, een telefoon bestellen, enzovoort. Deze behoeften zijn volkomen legitiem en we hebben allemaal het recht om ze af en toe te bevredigen.
Maar het probleem is dat onze consumptie zich de laatste jaren richt op nog kunstmatigere, zelfs overbodige behoeften, gecreëerd door technologie, reclame en marketing: behoeften aan “marginaal comfort”. Denk bijvoorbeeld aan het kopen van stijlvolle sneakers naast de sneakers die je al hebt, de nieuwste iPhone kopen terwijl je eigen toestel nog prima werkt, een “slimme speaker” aanschaffen om je boodschappenlijstje te dicteren, draadloze oordopjes hebben, enzovoort. Dit verschijnsel is nog versterkt sinds een deel van de economie zich er uitsluitend op toelegt om ons te laten toegeven aan onze grootste zwakte: luiheid. Met slechts één klik kun je een chauffeur laten komen, een maaltijd bestellen, een stomerijservice aanvragen, je laten masseren, iemand vragen je huis schoon te maken, een fles whisky laten bezorgen…
Een slimme koelkast waarmee je in een paar klikken kunt zien wat erin zit... wie heeft nog tijd om de koelkastdeur te openen?
Waarom is dit marginaal comfort een probleem?
Ten eerste, omdat het ons persoonlijk niet veel oplevert. Zoals bij elke vorm van consumptie neemt het plezier dat we eraan beleven af naarmate we meer kopen. Een beetje zoals bij een lekker koud biertje of frisdrankje: de eerste slok doet enorm veel goed, maar hoe meer je drinkt, hoe minder je ervan geniet.
Maar het grootste probleem is dat de sociale en ecologische impact wél ongeveer evenredig is met onze consumptie:
Voorbeelden van de problemen die dat oplevert:
Als we een té stijlvol paar sneakers kopen dat we eigenlijk niet nodig hebben, verandert dat weinig aan ons leven, maar het heeft gemiddeld 15 kg CO2 veroorzaakt, evenveel als elk paar dat we al in onze kast hebben
Als we een paar AirPods kopen terwijl we al oordopjes hadden, voorkomt dat weliswaar dat de snoertjes in de war raken, maar er worden zeldzame metalen zoals wolfraam, lithium of kobalt voor gebruikt, waarvan we nog maar enkele decennia tot eeuwen aan reserves hebben
Als we een maaltijd laten bezorgen met één klik in een app, bespaart ons dat de minieme moeite van koken of zelf ons eten ophalen, maar dat gaat ten koste van de soms rampzalige arbeidsomstandigheden van de bezorgers
En eerlijk gezegd is het normaal dat we in de verleiding komen om van al dat marginale comfort te profiteren: bedrijven laten ons alleen de voordelen zien en verbergen de negatieve gevolgen. Ze bieden ons aan onze pakketjes binnen 24 uur te ontvangen, zonder te vermelden dat dit type levering meer vervuilt dan een normale levering, of dat het extra druk legt op de bezorgers. Wanneer ze de stijl van hun collecties aanprijzen, hebben modemerken het nooit over de arbeidsomstandigheden verschrikkelijke omstandigheden van de mensen die hun kleding hebben gemaakt. Techbedrijven laten ons geloven dat het robots zijn die het vuile werk doen terwijl ze ook draaien dankzij miljoenen werknemers in precaire omstandigheden die onzichtbaar blijven.
Gelukkig (sic) laat de coronacrisis ons zien dat het opgeven van dit marginaal comfort volledig binnen ons bereik ligt.
De individuele inspanning
Wat de lockdown ons doet beseffen, is dat al die aankopen die ons een paar weken geleden nog absoluut “noodzakelijk” leken, eigenlijk niet zo onmisbaar zijn. We beseffen dat we het wel overleven zonder de nieuwe iPhone en dat een extra paar sneakers weinig verandert aan ons leven. En die merken die ons met kortingen, gratis verzending en “x% van de omzet gaat naar deze of gene vereniging” maar blijven overtuigen om spullen te kopen, lijken ons bijna onfatsoenlijk, wanneer we beseffen dat mensen hun gezondheid op het spel zetten zodat wij van die “koopjes” kunnen profiteren.
En als we al deze beperkingen accepteren, komt dat omdat alle media uitleg geven over de risico's van de epidemie, en we begrijpen waarom dat belangrijk is. Op dezelfde manier moeten we onszelf zo goed mogelijk informeren over de sociale en ecologische impact van elke aankoop, ons niet laten verblinden door de boodschappen van merken en ons kritisch denkvermogen bewaren. Het is psychologisch veel makkelijker om te stoppen met maaltijden laten bezorgen als je de keerzijde hebt gezien.
Eigenlijk moet je onthouden dat elke aankoop noodzakelijkerwijs een compromis is tussen drie dimensies: ons persoonlijk comfort, de impact op anderen en de impact op de planeet.
Het juiste evenwicht om te vinden.
Natuurlijk zouden we vandaag geen nee zeggen tegen een goed restaurant, of zelfs een matig concert. Maar tijdens de lockdown merken we wat we echt missen: onze dierbaren zien, wandelen of in de natuur zijn. Als we in het verleden financieel bevoorrecht genoeg waren om ons dit marginaal comfort te veroorloven (wat verre van voor iedereen geldt), dan toont deze quarantaine ons dat we ervan kunnen afzien. We kunnen streven naar een soberder dagelijks leven dat ons niet minder gelukkig zal maken:
Minder tijd besteden aan spullen kopen betekent meer tijd kunnen besteden aan je dierbaren zien, leren, sporten…
Minder vliegen betekent (opnieuw) ontdekken hoe mooi en gevarieerd de Franse landschappen zijn
Alleen seizoensgroenten en -fruit kopen betekent leren nieuwe dingen te koken
Je uitgaven beperken betekent een beroep kunnen kiezen dat misschien minder oplevert, maar beter bij je past
Enzovoort.
Waarom nog vliegen als ZE DE HEER DER RINGEN IN HET MASSIF CENTRAL HADDEN MOETEN OPNEMEN, JA TOCH!
Maar laten we eerlijk zijn: op de lange termijn is het moeilijk om als enige je levensstijl te veranderen als alle anderen gewoon doorgaan alsof er niets aan de hand is. Waarom zou ik met de fiets naar mijn werk gaan als ik toch moet stikken in de uitlaatgassen van de auto's om me heen? Waarom zou ik minder vliegen als ik mensen bruinverbrand zie terugkomen van een weekje Thailand? Eigenlijk, als je de enige bent die het goed doet, heb je een beetje het gevoel dubbel te verliezen: niet alleen is het frustrerend om jezelf dingen te ontzeggen waar anderen wél van blijven genieten, maar BOVENDIEN, als de anderen hun gedrag niet veranderen, dienen onze opofferingen nergens toe.
Is dat niet onrechtvaardig? Het goede voorbeeld geven is op de lange termijn onvermijdelijk uitputtend.
De collectieve inspanning
Als de lockdown over het algemeen goed wordt geaccepteerd, komt dat omdat hij aan de meesten van ons wordt opgelegd. Sommigen leven natuurlijk in veel comfortabelere omstandigheden dan anderen: het is makkelijker om in lockdown te zitten in een woning van 200 m² of in je tweede huis, dan als je in een overbevolkte woning of onbewoonbare woning woont. En natuurlijk zijn veel mensen nog steeds verplicht om te gaan werken (zorgpersoneel, maar ook de mensen achter de kassa's van supermarkten, die ons afval ophalen, onze pakketjes bezorgen, enzovoort). Maar niemand heeft het recht om zijn vrienden te zien, niemand kan buitenshuis een kopje koffie gaan drinken, niemand heeft het recht om kleren te gaan kopen of naar de kapper te gaan.
Zou je ermee akkoord gaan om net zo lang in lockdown te blijven als je buren elke avond naar buiten konden om drankjes te drinken met hun vrienden?
In 2018 probeerde de Franse regering het autogebruik te verminderen door de koolstoftaks op benzine te verhogen. Vanzelfsprekend woog die maatregel niet voor iedereen even zwaar: voor de rijkeren was die taks een schijntje op hun budget, maar voor veel anderen was hij zeer belastend (nog los van het feit dat hij niet gold voor kerosine voor vliegtuigen). Dat was onrechtvaardig, en het leidde tot de gele hesjes.
Schokkend hè, al die mensen op minder dan 150 cm van elkaar?
Er is geen schijn van kans dat maatregelen tegen de ecologische crisis geaccepteerd worden als ze de sociale ongelijkheid vergroten.
Er kan geen ecologische transitie zijn zonder sociale rechtvaardigheid.
We hebben dus bindende wetgeving nodig, die voor iedereen op dezelfde manier geldt, om ons uit het huidige consumptiemodel te halen. Als de overheid in staat is om van de bevolking een collectieve “oorlogsinspanning” te vragen om het coronavirus te bestrijden, dan moet ze ook in staat zijn om meer soberheid op te leggen aan alle burgers, om de klimaatcrisis te bestrijden. Bijvoorbeeld:
Bepaalde vormen van reclame verbieden (bijv.: in de openbare ruimte, met videoschermen, gericht op kinderen…)
Een progressieve energieprijsstelling invoeren1 om verspilling te voorkomen
Geplande veroudering bestraffen en fabrikanten verplichten producten voor een lange periode te garanderen
Merken verplichten een milieuscore op hun producten te zetten die rekening houdt met duurzaamheid (ook voor prêt-à-porter-merken)
De import van bepaalde overbodige producten verbieden (eerlijk gezegd, hebben we sperziebonen uit Kenia of rozen uit Ecuador echt nodig?)
De invoering overwegen van CO2-quota per persoon (om mensen bijvoorbeeld aan te moedigen minder te vliegen)
Bepaalde te vervuilende industrieën beperken (bijv.: de uitrol van 5G) of te vervuilende voertuigen (bijv.: hun gewicht beperken om te stoppen met het bouwen van steeds zwaardere SUV's)
Lijken deze inspanningen je vrijheidsbeperkend? Heb je het gevoel dat we je een “groene dictatuur” beschrijven? Een “bestraffende ecologie”?
Laten we niet vergeten dat veel beperkingen die ooit als vrijheidsbeperkend werden beschouwd, ons vandaag vanzelfsprekend lijken en heel wat levens hebben gered: het rookverbod in openbare ruimtes, de verplichte veiligheidsgordel... En deze keer gaat het niet alleen om persoonlijke veiligheid, maar om ons aller voortbestaan. Houdt onze vrijheid niet juist op waar de vernietiging van het milieu begint?
Goed, maar wat kunnen we individueel doen zodat dit soort maatregelen worden genomen? We vertellen je niets nieuws: je kunt om te beginnen stemmen. Maar als dat niet volstaat (en we kunnen alleen maar vaststellen dat dit het geval is), zijn er andere manieren om druk uit te oefenen op regeringen: gaan betogen, je inzetten in burgerlobby's, je aansluiten bij lokale verenigingen die strijden voor het behoud van biodiversiteit of voor solidariteit met de meest kwetsbaren. Eigenlijk moeten we, telkens als we toegang hebben tot een klein stukje macht, dat gebruiken om te proberen de balans naar de ecologie te doen doorslaan.
Maar goed, we weten wel dat burgermobilisatie alleen niet genoeg is om echt iets te veranderen: ook bedrijven moeten in beweging komen.
De inspanning van bedrijven
In juni 2019 deed het merk Tropicana onderzoek naar de verwachtingen van consumenten, en blijkbaar wil de gemiddelde klant doorzichtige flessen. En omdat “de klant is koning”, stapten ze zonder nadenken over van kartonnen pakken naar plastic flessen. Zoals het bedrijf zelf bevestigt in een Medium-post, ook al koos het bedrijf voor gedeeltelijk gerecycled plastic, hun enige doel was de consument tevreden te stellen. Wat betekent dat de CO2-balans geen rol speelde in de beslissingscriteria.
Dit dogma van de “klant is koning”, van “customer first”, kan niet langer standhouden. Er kunnen geen 7 miljard koningen op onze planeet zijn.
Als een bedrijf echt tegen de ecologische crisis wil strijden, moet het bij elke beslissing rekening houden met sociale en ecologische dimensies, ook al vraagt de klant daar niet om en ook al levert het geen economisch voordeel op (we hebben het hier al uitgebreid over gehad als dit onderwerp je interesseert).
En trouwens, eerlijk gezegd, iemand als een koning behandelen, daar wordt zelden iemand beter van. De mensen “op de frontlinie”2 (verkopers en verkoopsters, kassamedewerkers, medewerkers van de klantenservice, callcenters, loketten, enzovoort) zijn vaak de klos van die “koninklijke” klanten die denken dat alles hun toekomt. En zelfs voor merken is het niet echt strategisch om hun klanten “als koningen” te behandelen: onderdanig, ondoorzichtig, doodsbang voor hun oordeel, terwijl ze proberen hen spullen te verkopen die ze niet nodig hebben. Uiteindelijk geven we altijd de voorkeur aan wie ons met eerlijkheid en welwillendheid behandelt.
Goed nieuws: wat de huidige crisis ons laat zien, is dat ook bedrijven in staat zijn zich te mobiliseren, verder te kijken dan hun louter financiële doelen en niet alleen meer aan hun “klantervaring” te denken. We zien solidariteitsgolven die we nooit eerder hebben gezien, zoals een deel van de textielsector dat zijn productie heeft omgebogen naar de productie van mondmaskers.
Laten we deze crisis gebruiken om de wereld te veranderen
Deze coronacrisis is een menselijke catastrofe, maar ze heeft wel het voordeel dat ze disfuncties van onze samenleving blootlegt die we niet langer kunnen negeren.
We beseffen collectief (in willekeurige volgorde) hoe belangrijk het is om ons gezondheidssysteem voldoende middelen te geven, dat het essentieel is om bepaalde beroepen meer waardering te geven (en, wat onszelf betreft, hoe overbodig de onze soms kunnen zijn) of dat bepaalde sociale ongelijkheden onhoudbaar zijn.
Maar we beseffen ook dat we, voor het algemeen belang, in staat zijn tot dingen die we amper 10 dagen geleden onmogelijk achtten, op individueel, collectief en zelfs bedrijfsniveau. Door ons te laten zien dat we uit ons huidige consumptiemodel kunnen stappen, is dit coronavirus een kans (en misschien wel de laatste die we hebben) om dingen te veranderen.
Ons marginaal comfort opgeven zal niet volstaan om de ecologische crisis op te lossen: er moeten systemische veranderingen komen die alleen op het niveau van de staat kunnen plaatsvinden: het landbouwsysteem, de elektriciteitsproductie, de bouw van gebouwen decarboniseren, enzovoort. Maar wat wel zeker is, is dat we deze ecologische crisis niet het hoofd kunnen bieden zonder ons marginaal comfort op te geven. Het goede nieuws: dat is veel makkelijker dan onze fundamentele vrijheden opgeven.
Enkele boeken die ons hebben geïnspireerd bij het schrijven van dit artikel, te lezen als je verder wil gaan:
En hoe zorgen wij er bij Loom voor dat jij je marginaal comfort opgeeft? We beschouwen de klant natuurlijk als heel belangrijk, maar niet als een koning. Bijvoorbeeld:
we bieden geen expreslevering aan, maar een Colissimo-levering binnen twee tot drie dagen. Dat is misschien wat minder “handig”, maar het voorkomt 1- vrachtwagens die minder vol zijn en dus vervuilen, en 2- onnodige druk op de bezorgers
onze verpakkingen zijn van kraftpapier en niet van plastic. Ze komen soms een beetje gescheurd aan bij de klant, maar hun CO2-balans is beter
we bieden geen “easy-care” kleding meer aan, zoals overhemden die niet gestreken hoeven te worden. Dat is minder praktisch voor onze klanten maar het is beter, voor hun gezondheid en voor het milieu.
Noten
1Het Californische voorbeeld laat zien dat het mogelijk is en dat het een enorme impact kan hebben op het elektriciteitsverbruik, terwijl de minstbedeelden beschermd blijven.
2 En deze periode laat vooral zien waarom het net deze mensen zijn die met het meeste respect behandeld zouden moeten worden.
Wie zijn wij om dat te zeggen? Je bent op La Mode à l’Envers, een blog van het kledingmerk Loom. Het gaat niet best met de textielindustrie, en de planeet betaalt het gelag. Dus alles wat we over de branche te weten komen, proberen we je hier uit te leggen. Want duurzame kleding maken is goed, maar dingen blootleggen, delen en anderen inspireren heeft nog veel meer impact. Vind je wat we schrijven leuk en wil je meer? Klik dan hier om je in te schrijven voor onze nieuwsbrief. Beloofd: we schrijven weinig en we spammen nooit.
Het is weer zover: we hebben besloten om onze klanten weer te beleveren, omdat ons magazijn en de posterijen weer min of meer normaal functioneren. Het is goed mogelijk dat de levertijden iets langer zijn door de gezondheidsmaatregelen die ons magazijn en de posterijen genomen hebben. Let ook op: levering bij een afhaalpunt is voorlopig niet mogelijk, want de meeste winkels zijn nog dicht en de postkantoren bieden deze dienst niet meer aan. We leveren dus alleen nog met Colissimo aan huis (uiteraard zonder handtekening). Retourzendingen accepteren we tot 90 dagen na levering, zodat je meer tijd hebt. In plaats van je retourpakket naar het postkantoor te brengen, raden we je aan om het, indien mogelijk, in je brievenbus te laten liggen zodat de postbode het kan ophalen (dit staat uitgelegd op het retourlabel dat we je eventueel toesturen). Voor bestellingen die sinds half maart geplaatst zijn en die pas "na de lockdown" geleverd zouden worden: die worden de komende dagen verstuurd.
Artikel bijgewerkt op 31 maart 2020 om 17 uur
We maken op dit moment een rare periode door en we kunnen niet doen alsof alles gewoon is. Voor het geval je het je afvroeg: dit is, in alle transparantie, wat er bij Loom gebeurt.
Kun je nog steeds kleding kopen bij Loom?
Ja, je kunt onze kleding nog steeds op de site bestellen, maar we kunnen pas leveren als de lockdown voorbij is. Ons magazijn in Troyes heeft zijn activiteiten sterk teruggeschroefd om het personeel te beschermen, en Colissimo levert sowieso al niet meer in verschillende steden in de regio Île-de-France.
En hoe zit het met ruilen en terugbetalingen?
Alle ruilingen en terugbetalingen liggen voorlopig stil, tot nader order: ons magazijn draait op halve kracht en kan geen pakketten meer ontvangen. Alle aanvragen worden behandeld zodra de activiteiten weer opstarten.
Gaat het goed met iedereen?
Ja, met iedereen gaat het goed: voorlopig vertonen wij noch onze naasten symptomen van een coronabesmetting. Sinds vrijdag zitten we in lockdown thuis en werken we op afstand, en ons moreel zit best oké.
Met het katje van Julia gaat het ook goed: alles is in orde.
Overleeft Loom dit?
Omdat we heel weinig kleding verkopen en toch bepaalde kosten moeten blijven betalen (zoals salarissen), daalt ook onze kasstroom (het geld dat op onze bankrekening staat), wat de financiële gezondheid van ons bedrijf in gevaar brengt. Daarom hebben we geprobeerd snel te handelen om onze kosten zoveel mogelijk te verlagen (zie onze LinkedIn-post van vrijdag 13 maart). We hebben bijvoorbeeld onze salarissen verlaagd, onze incubator Station F verlaten om geen huur meer te hoeven betalen en, nadat we hadden gecontroleerd dat dit hen niet in financiële problemen brengt, een aantal bestellingen bij onze fabrieken geannuleerd. De economische steunmaatregelen voor bedrijven die de overheid heeft aangekondigd, zullen ons zeker ook helpen. Onder deze omstandigheden overleeft Loom, tenzij er een jaar lang totale lockdown komt.
Wat gaan we doen tot alles weer normaal wordt?
We denken dat dit niet het beste moment is om je over nieuwe kleding te vertellen, dus stellen we de lanceringen die we gepland hadden uit. In plaats daarvan gaan we ons richten op langetermijnprojecten. Allereerst gaan we aan onze kleding werken. Ook al draaien onze fabrieken op halve kracht en duurt het langer om prototypes te maken, we blijven de duurzaamheid van onze kleding verbeteren en nieuwe stukken ontwikkelen. We gaan ons vooral richten op de dameskleding. Vervolgens gaan we, meer dan ooit, artikelen schrijven. Deze coronacrisis legt een aantal grenzen van het huidige model van oneindige bedrijfsgroei bloot, en die willen we graag belichten. We zijn trouwens net klaar met dat artikel. Ten slotte willen we een “wiki” over textiel maken. Al bijna twee jaar lang schrijven we alles wat we leren over het maken van kleding die lang meegaat, op in een document. Verschillende merken hebben ons gevraagd om dit document met hen te delen, en dat lijkt ons een geweldig idee. We hebben gemerkt dat we dankzij onze blogartikelen soms het gedrag van consumenten veranderen, en dat heeft misschien wel meer impact dan het maken en verkopen van onze eigen kleding. Als we de textielindustrie echt willen veranderen, is het veel effectiever om andere merken te helpen de duurzaamheid van hun kleding te verbeteren, dan om die kennis voor onszelf te houden (ook al verliezen we daarmee een "concurrentievoordeel"). Eigenlijk denken we dat dit nou typisch het soort kennis is dat voor iedereen toegankelijk zou moeten zijn en dat alle merken samen zouden moeten kunnen verbeteren.
Wat kunnen we voor je doen?
We zijn gewoon een kledingmerk. We beseffen heel goed dat het maken van t-shirts of broeken op dit moment geen eerste levensbehoefte is. Maar als er iets is wat we voor je kunnen doen, onderwerpen waar je het over wilt hebben, informatie die je graag zou willen krijgen, of nieuws over hoe dat kleine katje opgroeit, laat het ons weten. Of als je juist vindt dat het goed is dat we het even wat rustiger aan doen, laat ons dat dan ook weten. We wensen je veel sterkte.
De innovatie waarom we het vaakst worden uitgelachen
gepubliceerd op
October 17, 2025
Bijgewerkt op
September 14, 2026
Leestijd
7
minuten
Geef je mening
reacties
Dit artikel is oorspronkelijk in het Frans geschreven (onze moedertaal). Excuses bij voorbaat als sommige zinnen wat stroef lopen. Mail ons gerust op hello@loom.fr om ons te helpen deze vertalingen te verbeteren.
In dit artikel vertellen we je het ongelooflijke verhaal van de fijngebreide trui van de 3e generatie.
Hier zijn Julia en Guillaume, de oprichters van Loom. We kruipen vandaag zelf in de pen om je te vertellen over een onrecht dat zwaar op ons weegt. Het gaat om de fijngebreide trui, waarvan net de 3e generatie is uitgekomen. Dit kledingstuk brachten we voor het eerst uit in 2019, in 100% merinowol. Zoals elke wollen trui is hij mooi en warm, verbleekt hij niet en lubbert hij niet uit. Maar hij heeft één groot nadeel.
Het soort foto’s dat we bij de klantenservice binnenkregen.
Verschillende klanten laten ons weten dat de trui door zijn fijnheid snel slijt bij de ellebogen. Dus stoppen we met de verkoop. En gaan we op zoek naar een oplossing. We storten ons in een wervelwind van labtests en prototypes om al onze hypotheses te bevestigen of te ontkrachten.
Hypothese 1: Slijten de fijne wollen truien van andere merken net zo snel als de onze? Ja, zelfs die van Uniqlo van € 39,90.
Roger leunt vast niet vaak met zijn ellebogen op een bureau.
Hypothese 2 : Werkt het om er een beetje synthetisch materiaal aan toe te voegen? Nee.
Mail aan de fabriek die onze truien breit, met de vraag om polyamide aan de trui toe te voegen. Spoiler: hij trok helemaal scheef.
Hypothese 3 : Kunnen we zo breien dat we alleen bij de ellebogen synthetisch materiaal toevoegen? Ja, maar dan wordt de trui onbetaalbaar…
Na een paar maanden moeten we het onder ogen zien: we moeten deze fijngebreide trui… in 100% katoen uitbrengen. Want qua slijtvastheid is er geen twijfel mogelijk: katoen is veel sterker dan wol.
In de labtest houdt ons prototype van de fijngebreide trui in katoen het 80.000 cycli vol, tegenover 14.000 voor de wollen variant.
In 2020 brengen we dus de 2e generatie van onze fijngebreide trui uit, in Egyptisch biologisch katoen met diepe kleuren. Dit keer hebben we geen last meer van gaten bij de ellebogen… maar zijn we de voordelen van wol kwijt: geurwerend, warm en vormvast. Begrijp ons niet verkeerd: deze trui is echt niet slecht (onze klanten geven hem gemiddeld een 4,8/5), maar zelf worden we er maar niet echt tevreden over. Dus besluiten we ook hier om hem niet meer te verkopen. We denken dat het ons nooit zal lukken om een warme én sterke fijngebreide trui te maken, en we laten het project varen. Tot we op een dag in februari 2024 van een fabriek horen over een garen van 53% wol en 47% katoen. En dan, EUREKA: zou dat de oplossing kunnen zijn voor een fijngebreide trui die warm, mooi, vormvast ÉN slijtvast is? Zonder aarzelen ontwikkelen we een prototype en testen we het in het lab. De resultaten:
Deze fijngebreide trui is bij de ellebogen 3 keer sterker dan een trui van 100% wol (die, ter herinnering, maar 14.000 cycli volhield).
Deze fijngebreide trui is 2 keer vormvaster dan een trui van 100% katoen.
Champagne! We vallen elkaar in de armen, we huilen, we zetten een polonaise in: eindelijk hebben we het revolutionaire procedé gevonden om een fijngebreide trui te maken die het houdt. Eindelijk kunnen we onze fijngebreide trui van de 3e generatie lanceren. Alleen: als we de rest van het team over deze ONGELOOFLIJKE innovatie vertellen, krijgen we op zijn best een ongemakkelijke stilte, maar meestal nauwelijks verholen spot: “wauw, jullie hebben een trui van een wol-katoenmix gemaakt…”
Gelukkig geldt: wat kan het de maan schelen dat de honden blaffen. Voor de prijsuitreiking nodigen we ze in elk geval niet uit wanneer we de eerste prijs winnen op de Concours Lépine, de beroemde Franse uitvinderswedstrijd.
Julia & Guillaume
De fijngebreide trui van de 3e generatie – mooi is hij ook nog, toch?
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.