Steenkool in het katoen. Waarom mode minder moet produceren
Steenkool in het katoen. Waarom mode minder moet produceren

Je t-shirt van 100% katoen? Dan is het waarschijnlijk ook voor 100% steenkool. In dit artikel laten we zien waarom energie een essentiële rol speelt bij het verminderen van de milieu-impact van de textielsector, en waarom de huidige strategieën van modemerken volstrekt ontoereikend zijn. Dit artikel is nagelezen door verschillende klimaatexperts, maar als je toch een fout ziet, laat het ons dan weten!
Raadseltje: wat stelt onderstaande grafiek voor?

Het aantal nachtclubbezoekers van de afgelopen 24 maanden? De verkoop van driekwartbroeken sinds 1990? De populariteit van François Fillon in diezelfde periode?
Het is de curve van broeikasgasemissies die we moeten volgen als we onder de twee graden opwarming willen blijven en tegen het einde van de eeuw nog een enigszins leefbare planeet willen overhouden (en, terzijde, om het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 na te leven).

Met andere woorden: we moeten onze uitstoot in 30 jaar tijd door 3 delen. Dat is veel. En vooral: als het niet lukt, dreigt het heel, heel pijnlijk te worden:

De textielindustrie is verantwoordelijk voor tussen de 4 en 8% van de wereldwijde broeikasgasuitstoot: als ze haar deel van het werk wil doen, moet ze haar uitstoot binnen één generatie minstens door drie delen (dat is een wat vereenvoudigde manier om ernaar te kijken, maar het is de aanname die we in dit artikel hanteren).
En op het eerste gezicht staan kledingmerken in staat van paraatheid om die uitdaging aan te gaan.
De strategie van de merken om de planeet te redden
Tijdens de laatste G7 verzamelde zich een wereldwijde coalitie van textielbedrijven onder de naam Fashion Pact. Ze ondertekenden onder andere een reeks toezeggingen om hun CO2-uitstoot te verminderen. Goed nieuws? Als je van dichtbij kijkt, blijkt dat deze toezeggingen vooral op twee soorten acties steunen:
1/ Ze kiezen zogenoemde duurzame materialen : lyocell, gerecycled katoen, linnen, gerecycled polyester… ervan uitgaande dat die minder CO2 uitstoten.

2/ Ze verminderen de uitstoot die te maken heeft met hun interne werking, onder meer door over te stappen op hernieuwbare energie of door led-lampen te installeren in hun kantoren of winkels.

Wat denk jij: gaan deze twee acties ervoor zorgen dat de uitstoot van de modesector binnen één generatie door drie wordt gedeeld?
Dat zou geweldig zijn. Maar nee.

Want het grootste deel van de uitstoot van de textielindustrie hangt niet af van de gebruikte materialen, noch van de verlichting in kantoren of winkels.
Om te begrijpen waar de broeikasgassen van textiel vandaan komen, moeten we wat natuurkunde erbij halen (beloofd, het is makkelijk te begrijpen, ook als je sinds je 13e geen bunsenbrander meer hebt aangeraakt).
De heerschappij van de machines
De broeikasgasuitstoot van textiel komt grotendeels van iets dat je nooit ziet : de energie die wordt verbruikt door de machines die de grondstof (of dat nu katoen, linnen, tencel of polyester is) omzetten in kleding.
Tijd voor wat "factory porn":






Enzovoort, enzovoort.
Al die enorme machines verbruiken heel, heel veel elektriciteit. En ze staan vaak in Azië, waar elektriciteit wordt opgewekt door kolen- of gascentrales – fossiele brandstoffen die bij verbranding broeikasgassen uitstoten. Dat telt dus flink mee in de CO2-uitstoot van een kledingstuk:

Door hun inspanningen te richten op grondstoffen of hun winkelnetwerk, vechten de merken de verkeerde strijd: zo zullen ze hun CO2-uitstoot echt niet in 30 jaar tijd door drie kunnen delen. In een ultra-ultra-optimistisch scenario, waarin we ervan uitgaan dat duurzame grondstoffen zonder enige CO2-uitstoot worden geproduceerd (wat niet het geval is) en waarin de productievolumes ophouden te stijgen (ook dat is niet het geval), ziet het traject van CO2-uitstoot er in het beste geval zo uit:

Kortom, de enige echte manier om de ramp af te wenden, is ervoor zorgen dat de textielmachines hun uitstoot drastisch verminderen. Hoe pak je dat aan?
Eerste optie – die machines laten draaien op "schonere" energie
Windturbines, zonnepanelen… Probleem: in de afgelopen 30 jaar, sinds we ons druk beginnen te maken om het klimaat, is het aandeel fossiele brandstoffen in de elektriciteitsproductie nauwelijks veranderd…

Kortom, onze kleren worden nog steeds gemaakt dankzij steenkool en gas. Er is toch reden voor optimisme over de toekomst, vooral omdat de kosten van hernieuwbare energie zo sterk zijn gedaald dat ze de afgelopen jaren steeds concurrerender worden ten opzichte van fossiele brandstoffen. Maar om zulke lage kosten te kunnen halen, moeten we een flink deel fossiele of nucleaire energie behouden om continu stroom te hebben (jazeker, er is niet 24/7 zon of wind). Dus of we het gebruik van fossiele brandstoffen de komende 30 jaar door drie kunnen delen… reken er maar niet op.
Tweede optie – er moeten efficiëntere machines komen die minder energie verbruiken.
Het klopt dat er veelbelovende ontwikkelingen zijn, vooral in verfprocessen. We kunnen nu machines bouwen die kleding verven met veel minder water, waardoor je niet meer enorme hoeveelheden water op hoge temperatuur hoeft te brengen en dus veel minder energie verbruikt.
En voor de andere machines? Dat lijkt veel lastiger. Om de uitstoot van machines in 30 jaar tijd door 3 te delen, zou hun energierendement met 300% moeten stijgen… Wat vrijwel geen enkele kans van slagen heeft. Om je een idee te geven: het energierendement van benzinemotoren in auto's is in 30 jaar met 16% gestegen. Voor vliegtuigen is het ongeveer hetzelfde. En voor spinnerijen of weefgetouwen, waarin doorgaans veel minder in R&D wordt geïnvesteerd, is het moeilijk voor te stellen dat we het veel beter kunnen doen… Nog los van het feit dat we niet van de ene op de andere dag het hele bestaande machinepark kunnen vervangen.
En dan (daar hadden we eigenlijk mee moeten beginnen), door de geschiedeni...
Het verbeteren van energie-efficiëntie heeft bijna NOOIT geleid tot de verwachte daling van het energieverbruik.
Soms heeft ze het zelfs verhoogd. Dat noemen we het reboundeffect : een hoger rendement van machines verlaagt de prijs van producten en zet mensen aan om er meer van te kopen. Dit effect speelt overal en altijd (en toch wordt het door milieubeleid bijna altijd over het hoofd gezien).
Enkele historische voorbeelden van het reboundeffect:
- In transport: de efficiëntie van motoren is verbeterd, dus betaal je minder per afgelegde kilometer, dus reis je vaker. Resultaat: het totale olieverbruik per persoon blijft maar stijgen.
- In de digitale sector: de kosten van dataopslag en de prijs van apparaten zijn gedaald, en digitale technologie verbruikt vandaag bijna 10% van de wereldwijde elektriciteit.
- In de textielindustrie zelf: als we vandaag zo veel kleren kopen, komt dat vooral doordat duizenden machines het handwerk hebben vervangen en zo de prijs van kleding drastisch hebben verlaagd.

Dus… Welke laatste optie blijft er over om de CO2-uitstoot in 30 jaar tijd door drie te delen?
Het volume van de kledingconsumptie door drie delen
Ja, je leest het goed: als merken de levende wereld niet willen opofferen, moeten ze ons drie keer minder kleding verkopen dan nu.
En dat is… precies het tegenovergestelde van wat ze doen.

Hoe de huidige strategie van de merken de overproductie verergert
Als merken maar blijven hameren op het feit dat ze "duurzamere" materialen gebruiken zonder verder iets te doen, maakt dat het probleem erger (of ze zich daar nu bewust van zijn of niet). Door zich als "groen" te profileren terwijl ze alleen aan bijzaken werken, sussen merken de eco-angst van klanten in slaap om ze te blijven laten kopen, of zelfs meer te laten kopen meer.
Een panel van tien kledingmerken verklaarde onlangs dat "ecodesign" hun omzet aanzienlijk kon verhogen, met +7% tot +18% (en tegelijk de productiekosten verlaagde). Jazeker: we consumeren meer wanneer onze negatieve emoties worden afgeleid. In deze studietoonden onderzoekers bijvoorbeeld aan dat we 20% meer cadeaupapier gebruikten wanneer ons werd verteld dat de restjes zouden worden gerecycled… Dat zie je trouwens ook terug in de communicatie van merken – duurzaamheidsargumenten zijn excuses om mensen aan te zetten meer te kopen:



Tussendoor: waarom recycling (soms) een rookgordijn is
Sommige merken noemen recycling of de "circulaire" economie als oplossing voor milieuproblemen, bijvoorbeeld door recyclingpunten in de winkel te plaatsen.
Recycling heeft zeker voordelen, zoals de mogelijkheid om materialen lokaal te produceren of minder nieuwe grondstoffen te gebruiken. Maar wat het verminderen van broeikasgassen betreft, helpt recycling maar heel weinig. En dat om drie redenen :
1/ Vandaag wordt slechts 1% van onze kleding "gerecycled", dat wil zeggen omgezet in nieuwe kleding. Kleding in goede staat wordt weliswaar doorverkocht als tweedehands kleding, maar dat is maar 6% van het volume. En de rest? Die gaat óf naar Afrika (waar veel ervan simpelweg de openluchtstortplaatsen aandikt), óf wordt "gedecycled" tot poetslappen of isolatietextiel.
2/ Stel dat we de recyclingtechnologie voldoende verbeteren en erin slagen veel meer nieuwe kleding van oude kleding te maken. Zou dat onze broeikasgasuitstoot verminderen? Nauwelijks. Recycling bespaart materiaal, maar nauwelijks energie. Om gemaakt te worden, moet een kledingstuk van gerecyclede vezels namelijk hetzelfde industriële proces doorlopen: spinnen – verven – breien/weven – confectie. Resultaat: zelfs in de hypothese dat we het volume gerecyclede kleding met 40 vermenigvuldigen (dus naar 40% gaan, wat megaoptimistisch is), zou dat maar 5,9% aan koolstofuitstoot besparen ten opzichte van vandaag (en als je het nog volgt: het doel is door 3 te delen, oftewel met 66% te verminderen…).
3/ En zelfs die kleine daling van de koolstofuitstoot gaat ervan uit dat kleding van gerecyclede vezels van dezelfde kwaliteit is als andere kleding, wat helaas niet altijd het geval is. Bij natuurlijke vezels zoals katoen zijn gerecyclede vezels korter, waardoor de kleding van mindere kwaliteit is dan kleding van nieuwe vezels: ze pluizen meer, vervormen sneller, enzovoort. Dus bij gelijk gebruik… zal er meer van geproduceerd moeten worden.
Los van de consument verlamt deze greenwashing ook burgerlijk en politiek handelen. Omdat we de indruk hebben dat de merken het probleem aanpakken, denken we dat de situatie onder controle is.

Eigenlijk wekken de meeste huidige inspanningen van merken – zoals werken aan nieuwe duurzame materialen, het recyclen van kleding beloven of energiezuinige lampen in de winkel installeren – de indruk dat er wel een technologische oplossing voor het klimaatprobleem komt. Ze blijven vastzitten in een logica van "groene groei" die hen ervan weerhoudt het echte probleem aan te pakken: hoe krijgen we de textielindustrie los van haar logica van overconsumptie? Dit rookgordijn kost ons kostbare tijd, terwijl actie dringend nodig is.
Dus, wij, de merken, wat moeten we doen?
Wat merken moeten doen
Om de hoeveelheid kleding die elk jaar wordt geproduceerd te verminderen, moeten we de directe oorzaken van deze overconsumptie aanpakken.
Het eerste wat we moeten doen, is stoppen met onze communicatie te richten op symbolische maatregelen met weinig ecologische impact die klanten juist zouden kunnen aanzetten om meer te kopen: gerecyclede polybags, kraftverpakking, duurzaam materiaal, inzamelpunten voor gebruikte kleding in de winkel, enzovoort.
Betekent dat dat het verkeerd is om deze secundaire maatregelen toe te passen? Dat we meer polyester moeten gebruiken en linnen moeten laten vallen? Natuurlijk niet. We moeten op deze ecodesign-onderwerpen blijven vooruitgaan, maar ons er wel van bewust zijn dat dat niet genoeg is. Wij, de merken, moeten ons eerst op de volgende drie dingen richten:
- De kwaliteit van kleding verbeteren. Een lagere kwaliteit verkort de levensduur van kleding en dwingt consumenten om hun kleding vaker te vervangen.
- De productie terughalen. Door de race naar de bodem op prijs aan te wakkeren, verergeren delocalisaties de overconsumptie en overproductie. Terughalen van de productie naar Frankrijk of Portugal zorgt daarentegen voor een drastische daling van de broeikasgasuitstoot, omdat de daar gebruikte energie weinig CO2 uitstoot.
- En vooral, vooral: stoppen met aanzetten tot consumptie : stoppen met het in slaap sussen van mensen hun eco-angst door te communiceren over "klimaatneutrale", "duurzame" of "positief-impact"-kleding (niets van dat alles bestaat), het tempo van collectievernieuwing verlagen, de frequentie van uitverkoop en promoties beperken, minder reclame maken, stoppen met retargeting op internet, niet voortdurend communiceren over beperkte voorraad of deadlines, een halt toeroepen aan limited editions, collabs, enzovoort.
Dus ja, onder deze omstandigheden zullen bedrijven ertoe gebracht worden om minder kleding te maken. En ook al verkopen ze die kleding wat duurder (de prijs van kwaliteit en lokale productie), ze zullen waarschijnlijk minder omzet draaien. Is dat een probleem? Voor hun aandeelhouders, absoluut. Voor de mensen die er werken? Misschien op korte termijn. Maar op lange termijn is het uitstekend nieuws voor de werkgelegenheid. In de afgelopen 30 jaar, terwijl het verkoopvolume van kleding explodeerde, is het aantal banen in de Franse textielindustrie ingestort door delocalisatie, van 425.000 naar slechts 100.000. Een daling die veel groter is dan het aantal banen dat gecreëerd is door de kledingdetailhandel (+50.000 tussen 1996 en 2010). Als het ons morgen lukt het land stap voor stap te herindustrialiseren, zou dat honderdduizenden lokale banen kunnen opleveren.

Hoe zorgen we ervoor dat merken veranderen? Zoals we hebben uitgelegd in dit artikel of deze Ted-talk, moeten we er collectief mee ophouden om alleen van groei te dromen en een cultuur van "beter" ontwikkelen die die van "meer" vervangt. Maar we zijn niet naïef: we kunnen onze toekomst niet baseren op een bewustzijnsrevolutie binnen bedrijven. We kennen trouwens genoeg toffe mensen bij grote modemerken die graag zouden willen de dingen veranderen, maar er niet in slagen.
Het probleem is dat er vandaag een "premie op wangedrag" bestaat, met andere woorden: een economisch voordeel om slecht en veel te produceren. Neem een merk dat zijn productie naar Bangladesh heeft verplaatst, naar fabrieken die op kolencentrales draaien en hun giftige afval in de rivieren lozen (dus geen erg toffe fabriek). Dat merk hoeft geen van de verborgen kosten van zijn gedrag te betalen: niet de langetermijnkosten van klimaatverandering, niet de sanering van de rivieren, niet de werkloosheidsverzekering in Frankrijk voor de mensen die hun baan kwijtraken. Een merk daarentegen dat dezelfde producten maakt maar dan in Frankrijk, lokale werkgelegenheid creëert en zich alleen bevoorraadt met hernieuwbare energie, betaalt 10 keer zo veel voor zijn kleding en zal er waarschijnlijk 10 keer minder van verkopen. Een verantwoord bedrijf zijn, betekent vaak veel moeite doen die uiteindelijk een echt nadeel is ten opzichte van de concurrentie. Een beetje zoals de niet-gedopeerde renners van de Tour de France: zij trainen harder… om langzamer te gaan.
Dus, net als bij de Tour, moeten we ons afvragen wie we willen laten winnen. En daarna de spelregels veranderen.
De wetten veranderen
We zijn ongetwijfeld een beetje idealistisch, maar op wetgevend vlak zijn er volgens ons verschillende dingen die de goede kant op zouden helpen om het verkoopvolume van kleding tegen 2050 door 3 te delen (of, op kortere termijn, het volume binnen 10 jaar met 30% te verminderen)
[Update van het artikel, januari 2022] Sinds we dit artikel begin 2021 schreven, is er al veel vooruitgang geboekt in de wil om de wetten in de textielindustrie te veranderen. We hebben meegewerkt aan de oprichting van En Mode Climat, een coalitie van meer dan 300 spelers in de textielsector (merken, maar ook fabrieken, organisaties, media…) die zich verenigen om verantwoord te lobbyen tegen de opwarming van de aarde. Met En Mode Climat proberen we de regelgeving in de goede richting te sturen, met name op het vlak van milieulabeling of de invoering van een bonus-malussysteem dat fast fashion afstraft en de meest verantwoorde merken beloont. Meer info op de website van En Mode Climat.
Het is soms best technisch, dus zetten we al onze voorstellen in het kader hieronder, dat je kunt lezen als je dieper op de materie wilt ingaan.
Voorstellen om de textielwetgeving te veranderen
Het is cruciaal om zo snel mogelijk de juiste debattermen op tafel te leggen: over een paar maanden past de Franse regering de Antiverspillingswet voor een Circulaire Economie voor de textielsector aan (via het toekomstige lastenboek van de REP Textiel-keten). Dé kans om merken te dwingen echte milieumaatregelen te nemen: bonus-malus in de verkoopprijs, milieulabeling, verplicht hergebruik, enzovoort.
A - Handelsbarrières invoeren voor kleding die onder slechte menselijke en/of milieuomstandigheden wordt gemaakt.
Het lijkt ons niet normaal dat het vandaag is toegestaan om kleding naar Frankrijk te importeren die met dwangarbeid is gemaakt, aan de andere kant van de wereld, met elektriciteit uit kolencentrales. Dit zou je kunnen doen om dat te veranderen:
- Een grenscorrectiemechanisme invoeren (bijvoorbeeld een koolstoftaks bij invoer), zodat zo'n kledingstuk Frankrijk niet kan binnenkomen zonder zwaar belast te worden.
- Textielinvoerquota invoeren, zoals de multivezelakkoorden die bestonden voordat ze in 2005 door de WTO werden afgeschaft. Gezien wat er op het spel staat (het voortbestaan van ons allemaal), lijkt het ons niet ondenkbaar om opnieuw een gecoördineerd en coöperatief protectionisme op internationaal niveau in te voeren.
- Zorgen voor de daadwerkelijke toepassing van de wet op de zorgplicht, die het mogelijk maakt om multinationals financieel te bestraffen die mensenrechten en het milieu schaden. Het is een wet uit 2017 waarmee Frankrijk wereldwijd een pionier was, maar die nog niet echt wordt toegepast: tijdens het recente textielschandaal rond de dwangarbeid van Oeigoeren in China, bleef de regering het bij een vermaning aan de betrokken merken.

B - Bedrijven verplichten tot meer transparantie
- De productieomstandigheden. Waarom is het vermelden van het/de productieland(en) niet verplicht op etiketten en op de websites van merken?
- Verplichte milieulabeling met een score van A tot E voor elk product. Dit onderwerp wordt momenteel besproken op Frans en Europees niveau. Loom is wel bij de werkgroepen betrokken, maar het is nog maar de vraag of onze "lobby" iets uithaalt. Het is echter essentieel dat deze milieulabeling ook de duurzaamheid van kleding meeneemt, zowel wat kwaliteit betreft als de prikkels om te consumeren (je zou bijvoorbeeld een malus kunnen geven aan merken die hun collecties te snel vernieuwen).
C - De « taks » voor de milieubijdrage op kleding aanpassen.
Vandaag betaalt een merk, wanneer het een kledingstuk op de markt brengt, een taks die verlaagd kan worden als dat kledingstuk als steviger wordt beschouwd of van gerecyclede materialen is gemaakt. Op papier is dat geweldig… Maar er zou het volgende moeten gebeuren:
- Het bedrag verhogen: deze taks bedraagt vandaag ongeveer 1 cent per kledingstuk. Hoe kan zo'n klein bedrag merken ertoe aanzetten hun kwaliteit te verbeteren? Zolang dit bedrag de meerkosten van een verantwoorde productie niet compenseert, zal de « premie op wangedrag » de wet blijven dicteren.
- De berekeningswijze veranderen: het percentage gebruikte fossiele energie zou in het malussysteem moeten worden opgenomen, ook al is dat technisch ingewikkeld omdat de organisatie die deze taks beheert zich richt op het einde van de levensduur van het product (wat trouwens net het hele probleem is). Dat zou merken benadelen die hun kleding in Aziatische landen op basis van fossiele energie produceren, en merken bevoordelen die meer lokaal produceren, zoals in Frankrijk of Portugal, waar de energie weinig "koolstofintensief" is (zie deze studie van de Union des Industries Textiles).
D - Greenwashing bestraffen.
Daarvoor mag de ARPP (de Franse reclamewaakhond) niet langer uitsluitend door bedrijven worden aangestuurd, maar moet ze ook publieke actoren en/of ngo's in haar bestuur opnemen. Op dezelfde manier mogen de systemen van « uitgebreide producentenverantwoordelijkheid » (zoals Eco TLC / Refashion voor mode) niet langer worden zelfgereguleerd door de bedrijven zelf. Zolang deze organisaties alleen uit merken uit de sector bestaan (en niet uit publieke organisaties of ngo's), zullen hun verbintenissen nooit echt bindend zijn.E- Instrumenten voor publieke financiering sturen (staatsgegarandeerde leningen, BPI-leningen, belastingkrediet voor onderzoek…) zodat die alleen wordt uitgekeerd aan bedrijven die aan bepaalde criteria voldoen (kwaliteit van de kleding, consumptieprikkels, Europese productie…). Is het normaal dat sommige merken die aan de andere kant van de wereld produceren snel een staatsgegarandeerde lening kregen na de gevolgen van Covid, terwijl sommige Franse textielbedrijven er nog steeds op wachten?F- Reparatie en herconditionering van gebruikte kleding ondersteunen. Heel wat kleding zou gerepareerd kunnen worden in plaats van gewoon weggegooid. Het Crédit Impôt Collection (dat toch wel 45 miljoen euro vertegenwoordigt en de ontwikkeling van nieuwe producten financiert) zou kunnen worden omgevormd tot een Crédit Impôt Ré-emploi om de reparatie van kleding te financieren. Dat biedt een groot potentieel voor het creëren van banen in het land.
Waarom dit goed nieuws is
Op dit punt denk je misschien dat we je een nogal triest toekomstbeeld schetsen, waarin je jezelf aankopen ontzegt, waarin bedrijven verdwijnen, waarin we allemaal hetzelfde gekleed gaan in zwart, blauw en grijs.
Het is juist precies het tegenovergestelde.
Vandaag weten we niet onder welke omstandigheden onze kleding wordt gemaakt en zijn we verontwaardigd over de talrijke schandalen in de textielindustrie, van de Oeigoeren tot Rana Plaza. Morgen zouden we honderdduizenden waardige banen in onze eigen regio's kunnen terugcreëren en weten waar onze kleding vandaan komt.
Vandaag versmoort een handvol reuzenmerken de rest met hun race naar de bodem op prijs en maken ze de kledingsmaak wereldwijd eenvormig. Morgen zouden ze plaats kunnen maken voor duizenden merken, lokaler, doordachter, creatiever, die minder ellende en ongelijkheid veroorzaken.
Vandaag brengen we onze zaterdagmiddagen door met steeds meer kleren kopen, terwijl onze kasten al overvol zijn, in winkelstraten waar je onvermoeibaar dezelfde winkels tegenkomt, of je nu in Saint-Malo, Brive, Parijs of Nancy bent. Morgen zouden we het plezier van doordachte aankopen kunnen terugvinden. Van jezelf kleden met mooiere en duurzamere kleding. Van een knoop (laten) aannaaien in plaats van een overhemd weg te gooien. Van een winkeltje ontdekken dat je nergens anders zou hebben gezien.
Aan jou de beurt
Als je actief bent in de textielsector
De tijd dringt: over een paar maanden past de regering de Antiverspillingswet voor een Circulaire Economie voor de textielsector aan, die merken kan dwingen om te handelen. Op dit moment duwen veel merken, met het eerder genoemde Fashion Pact, niet in de goede richting. Het is dus heel belangrijk dat de regering de inzet begrijpt en deze voorstellen ter harte neemt.
Als we alleen staan, luistert niemand naar ons. Maar als ze voelen dat we met honderden zijn, zullen ze misschien wel het oor te luisteren leggen. Dus als jij ook vindt dat de wetten moeten veranderen om een einde te maken aan overconsumptie, schrijf je dan in hier zodat we een coalitie van textielspelers kunnen opzetten en dit onderwerp bij de regering kunnen aankaarten.
Als je burger bent
Oké, je had het al geraden: als we de textielproductie door 3 moeten delen, zal ieder van ons zijn of haar kledingaankopen navenant moeten verminderen (dat staat niet ter discussie, sorry voor de shopaholics onder ons). Maar naast individuele acties heb je nog andere manieren om invloed uit te oefenen. Merken proberen je via sociale media te bereiken om hun producten te verkopen, dus kun jij hen ook aanspreken. Spoor ze dus aan om te relocaliseren, spreek ze aan als je merkt dat ze hun acties op symbolische maatregelen met weinig ecologische impact richten of te veel aanzetten tot consumptie (we hebben een Insta-account over dit onderwerp). Merken zouden zich moeten schamen om aan te zetten tot consumeren en trots moeten zijn als ze het goed doen. En zolang de wet hen daar niet toe verplicht, moet sociale druk de motor van verandering zijn.
En als je nog energie over hebt, kun je ook de « informanten » van de mode aanspreken (beoordelings-apps, media, blogs over ethische mode, gidsen, insta-accounts die ethische merken in kaart brengen enzovoort): deze partijen hebben een grote invloed, zowel op individuen als op merken, dus het is ook cruciaal dat zij hun ogen openen voor de criteria die er echt toe doen.
Samen veranderen we de spelregels.
Artikel geschreven door Guillaume Declair
Enkele leestips die ons hebben geholpen bij het schrijven van dit artikel, en voor wie dieper op het onderwerp wil ingaan
- Het boek Recyclage le Grand Enfumage van Flore Berlingen
- Het boek Retour sur Terre : 35 propositions door een collectief van auteurs, waaronder Dominique Bourg, Philippe Desbrosses en Pablo Servigne
- Enkele artikelen van de blog van Jean-Marc Jancovici: de Kaya-identiteit of de energie van machines (of een video van zijn lezing als je geen zin hebt om de artikelen te lezen)
- De uitstekende site Carbon Brief over de opwarming van de aarde
- Rapporten om de koolstofimpact van de textielindustrie te begrijpen: het Quantis-rapport Measuring Fashion en het McKinsey-rapport Fashion on Climate
- Het werk van Negawatt over de beste manier om de energietransitie naar een koolstofarme samenleving te doen slagen
- Toeval wil dat: een studie van een onderzoeker van het Cycleco-onderzoeksinstituut, gepubliceerd op 24 februari 2021, een week na ons artikel, exact aansluit bij de cijfers die we voor dit artikel hadden berekend: 69% van de CO2-uitstoot van kleding is te wijten aan de industriële productiefase. Dit cijfer kwam tot stand dankzij 20 Franse textielbedrijven die meewerkten door de cijfers van hun fabrieken over 17 producten te delen. Een ander rapport, dat van het World Resources Institute, verschenen in november 2021, eveneens na het artikel, wijst ook 76% van de uitstoot toe aan de industriële fase (met een goede transparantie over de aannames en berekeningsmethodes).
Wie zijn wij om dat te zeggen?
Je bent op La Mode à l'Envers, een blog van het kledingmerk Loom. Het gaat niet best met de textielindustrie, en de planeet betaalt het gelag. Dus alles wat we over de branche te weten komen, proberen we je hier uit te leggen. Want duurzame kleding maken is goed, maar dingen blootleggen, delen en anderen inspireren heeft nog veel meer impact.
We maken nooit reclame: vind je wat we schrijven leuk en wil je meer? Klik dan hier om je in te schrijven voor onze nieuwsbrief. Beloofd: we mailen je hooguit één keer per maand.
.jpg)

.jpg)



.jpg)

































































