Gerecycled polyester, dat rookgordijn
Gerecycled polyester, dat rookgordijn

Gerecycled polyester is een van de belangrijkste oplossingen waarmee fast fashion beweert haar ecologische impact te verkleinen. In dit artikel proberen we uit te leggen dat dit materiaal vooral zand in onze ogen strooit en ons afleidt van de echte oplossingen. Een klein onderzoek dat ons meeneemt naar China, Oeganda en zelfs Tennessee.
Hoofdstuk 1 – Polyester, dat is een beetje de hel
Voordat we het over gerecycled polyester hebben, laten we je eerst de « maagdelijke » versie voorstellen (dat wil zeggen: niet-gerecycled). En daarvoor laten we je graag het bedrijf zien dat zichzelf uitroept tot 's werelds grootste textielbedrijf : Hengli.
Als je duizenden arbeidsters achter naaimachines verwacht, kom je bedrogen uit. Een fabriek van Hengli in China ziet er eerder zo uit:

Twee supertankers die miljoenen liters olie lossen in een megafabriek, waar die via zware industriële stappen van raffinage en stoomkraken wordt omgezet in… polyester. Jazeker: polyester is in de basis gewoon aardolie.
En net zoals olie al decennia de transportsector aandrijft, is polyester de brandstof die de groei van de textielindustrie heeft doen ontploffen. Vandaag is het goed voor meer dan de helft van alle textielvezels die wereldwijd worden gebruikt1.

Hoe valt zo'n stijging te verklaren?
Omdat polyester altijd goedkoper was dan katoen? Dat dachten wij, net als de meeste mensen, ook. Maar als je naar de cijfers kijkt, blijkt dat niet te kloppen. Tot 2010 lagen de prijzen van beide materialen ongeveer op hetzelfde niveau2 :

Wat de opmars van polyester vooral verklaart, is dat je er voor veel toepassingen kleding mee kunt maken die beter geschikt is dan kleding van katoen3 :
- Kleding die snel droogt om te sporten: Nike, Adidas en Decathlon weten daar alles van
- Waterdichtere of warmere kleding, geschikt voor buiten: niet voor niets waren Patagonia en The North Face er als eerste bij
- Technischere kleding voor elke dag: zoals bij Uniqlo met de Heattech-technologie om warmte vast te houden of Airism om beter te ademen
- Vloeiendere stoffen die minder kreuken, perfect voor jurken of dameskleding
- Materialen die minder snel vervormen, geschikt voor bijvoorbeeld joggingbroeken of leggings
- Stoffen die beter bestand zijn tegen wrijving en wasbeurten, en daarom veel gebruikt worden in werkkleding, meubelstoffering of de medische sector.
- Enzovoort.
En de planeet dan?
Op het eerste gezicht niets dramatisch. Om de milieu-impact van materialen te beoordelen – en daarover te communiceren naar klanten – baseren de meeste merken zich op de Higg-index. Volgens dit instrument zou polyester een van de meest ecologische materialen ter wereld zijn… zelfs milieuvriendelijker dan biologisch katoen!

(klik hier voor de bron).
Dat is niet helemaal onlogisch: in de gigafabrieken voor polyester is het productieproces zo geoptimaliseerd en geïndustrialiseerd dat de milieu-impact, herleid naar het niveau van een kledingstuk, misschien wel wat lager uitvalt.
Dus, klopt het, is polyester echt duurzaam?
Helaas niet.
Ten eerste: hoewel de Higg-index de referentie is die merken over de hele wereld gebruiken, biedt hij weinig transparantie over zijn rekenmethodes en schiet hij tekort op betrouwbaarheid. Volgens een recent onderzoekbaseert de index zich, om de impact van polyester te beoordelen, op de gegevens van één Europese fabriek, terwijl de overgrote meerderheid van de productie in Azië plaatsvindt, onder waarschijnlijk minder gunstige milieu- (en arbeids)omstandigheden. Na kritiek van verschillende media en organisaties is deze index trouwens officieel on hold gezet medio 2022, in afwachting van een herziening van de gegevens en rekenmethodes door onafhankelijke auditors.
Maar het grootste probleem van de Higg-index is niet zijn gebrek aan betrouwbaarheid: het is vooral wat hij niet meet. En dan gaat het vooral om drie dingen.
1/ Polyester maken is ook benzine maken
Terug naar Hengli, het Chinese polyesterbedrijf. Wanneer ze olie raffineren, krijgen ze niet alleen “nafta”, de basisgrondstof voor polyester. Ze krijgen ook een aantal vloeistoffen die we allemaal kennen: benzine, diesel, stookolie en kerosine.

En al die producten verkopen ze door. In 2019 was Hengli zelfs het eerste particuliere Chinese bedrijf met het recht om kerosine door te verkopen aan luchtvaartmaatschappijen. En elk jaar verkopen ze meer dan 6 miljoen ton benzine en diesel, het equivalent van meer dan 10% van het Franse verbruik (!)4.
Hengli is een perfecte illustratie van de huidige trend in de olie- en gasindustrie5 : wat de vraag tegenwoordig aandrijft, is plastic (jazeker, polyester is gewoon plastic), dat goed zal zijn voor meer dan de helft van de groei van de oliesector tot 2050. Wanneer de dictator van Oeganda de economische logica verdedigt van de zeer omstreden EACOP-pijpleiding van Total, verwijst hij… naar zijn polyester overhemd en de economische afzetmogelijkheden van synthetische materialen.

De productie van synthetische materialen zoals polyester levert dus inkomsten op voor de olie-industrie. Dat ondersteunt de productie van benzine of kerosine, terwijl fossiele brandstoffen verantwoordelijk zijn voor twee derde van de wereldwijde CO2-uitstoot.
Maar polyester heeft nog een bijproduct dat bijna even vervelend is: fast fashion.
2/ Zonder polyester geen fast fashion
We kennen de dramatische ecologische gevolgen van fast fashion en van de 100 miljard kledingstukken die elk jaar wereldwijd worden geproduceerd, onder meer vanwege de broeikasgassen die vrijkomen bij de vervaardiging: spinnen, weven, verven, confectie…
Wat de wildgroei aan H&M's en Zara's mogelijk maakte, waren vooral de belachelijk lage prijzen (dankzij de verplaatsing van productie naar landen met slecht betaalde arbeidskrachten) en de razendsnelle opeenvolging van collecties om consumptie aan te wakkeren. Zoals we al zagen, waren het niet de lage prijzen van polyester die de opkomst van fast fashion in de jaren 90 en 2000 mogelijk maakten: tot 2010 lagen de prijzen in dezelfde lijn als die van katoen.
Maar fast fashion had nooit zo groot kunnen worden als er niet zoveel polyester op de markt beschikbaar was geweest. Vandaag is synthetisch materiaal goed voor 64% van de textielmaterialen. Als fast fashion het zonder zou moeten stellen – en het bijvoorbeeld zou vervangen door katoen – dan zou er hoogstwaarschijnlijk niet genoeg natuurlijk materiaal zijn om dit productieniveau vol te houden: daarvoor zou je bijna 7% van onze landbouwgrond moeten inzetten (tegenover 2,5% vandaag), oftewel evenveel als voor de teelt van alle groenten en fruit op aarde. Moeilijk voor te stellen in een tijd van afnemende bodemvruchtbaarheid en klimaatcrisis.
Met andere woorden: het was misschien niet polyester dat aan de basis lag van de opkomst van fast fashion, maar het is wél polyester dat vandaag het bestaansrecht geeft. Het is de brandstof die de motor van deze snelle mode draaiende houdt, de noodzakelijke voorwaarde om steeds meer kleding te produceren.
En je kunt niet over polyester praten zonder het te hebben over ultra fast fashion. Shein, het nieuwe kolos van de wereldwijde mode, maakt 85% van zijn kleding van polyester. Dat dit Chinese merk enkele jaren geleden kon opkomen, is ook te danken aan de recente daling van de polyesterprijzen, die samenhangt met de dalende koers van de belangrijkste grondstof (ethyleen) als gevolg van de schaliegaswinning in de Verenigde Staten. Zonder schaliegas en zonder spotgoedkoop polyester had deze ultra fast fashion misschien wel nooit kunnen bestaan.

Ten slotte heeft het derde probleem met polyester niets te maken met de productie… maar met wat ermee gebeurt daarna.
3/ Polyester en microplastics
Om nog even terug te komen op onze beroemde Higg-index: we hadden je nog niet alles verteld (niet gek dat het gebruik ervan on hold werd gezet). De index is gebaseerd op een levenscyclusanalyse die “cradle-to-gate” heet, dus “van wieg tot fabriekspoort”: de gebruiksfase en het einde van de levensduur van de producten worden dus niet meegenomen. Voor polyester leveren juist deze twee fases grote problemen op.
Ten eerste, wanneer je ze wast of wanneer je ze draagt, laten polyester kledingstukken miljoenen microplastics vrij die zich verspreiden in het milieu6. De gevolgen van deze microvezels zijn nog onzeker, maar mogelijk zeer gevaarlijk voor de biodiversiteit, de menselijke gezondheid… en zelfs voor de opwarming van de aarde.
Daarnaast is ook het einde van de levensduur van polyester kleding niet erg fraai. Als niemand het nog wil, zijn er maar twee opties:
- Ofwel worden de kledingstukken verbrand, waarbij broeikasgassen vrijkomen. Omdat polyester van aardolie wordt gemaakt, is dat nog vervelender dan het verbranden van een kledingstuk van katoen (het verbranden van olie stoot CO2 uit dat miljoenen jaren begraven lag, terwijl de koolstofcyclus van katoen veel korter is7 : tijdens het groeien nemen katoenplanten CO2 op). En dan hebben we het nog niet over mogelijk giftige rook, met name door antimoon, een kankerverwekkende stof die in polyester zit en die je kunt terugvinden in de as van verbrandingsovens.
- Ofwel belanden de kledingstukken op een stortplaats of in de natuur, vooral in Afrika, dat meer dan de helft van onze gedragen kleding ontvangt. En het probleem is dat plastic, in tegenstelling tot katoen of wol, niet biologisch afbreekbaar is in het milieu. Onvermijdelijk zullen deze polyester kledingstukken eeuw na eeuw uiteenvallen tot miljarden en miljarden microplastics (in tegenstelling tot wat je zou denken, komt het overgrote deel van de polyester microvezels die in het milieu terechtkomen van het einde van de levensduur, niet van onze wasmachines). Zoals onderzoekster Nathalie Gontard uitlegt, vormen plastics op stortplaatsen een gigantische tijdbom voor de komende eeuwen.

Kortom: kiezen tussen de pest en de cholera.
Al deze problemen met polyester voelen fast fashion-merken feilloos aan: niet goed voor hun reputatie… en uiteindelijk niet goed voor de zaken.
Dus vonden ze een magische oplossing. Wij noemen hem:

Hoofdstuk 2 – Wat er mis is met gerecycled polyester
Een kleine kanttekening voordat we tot de kern komen.
We willen geen oordeel vellen over de kleine en middelgrote merken die vandaag gerecycled polyester gebruiken. De keuze van materialen is een uiterst complex onderwerp en er bestaat zoveel desinformatie over dat we er allemaal wel eens intrappen… Wijzelf voorop: bij Loom legden we vol trots uit waarom we gerecycled polyester gebruikten, bijvoorbeeld in ons badpak. Hier helder in zien, is bijna een fulltime baan!
En natuurlijk is het ook heel lastig voor een « ethisch » merk om geen materiaal te gebruiken dat er duurzaam uitziet en dat zelfs fast fashion volop gebruikt! Wat zouden de klanten daarvan denken?
Recycling spreekt tot een heel sterke verbeelding. Bij dat woord denk je al snel aan de magische kringloop van de natuur: dode planten breken af in de bodem en hup, de voedingsstoffen die daarbij vrijkomen laten een nieuwe plant groeien. Niets gaat verloren, niets wordt gecreëerd, alles verandert van vorm.

Een recente reportage die werd opgenomen in een Primark-winkel, liet de volle marketingkracht van gerecyclede materialen zien. Een klant die aan de kassa werd geïnterviewd, legt uit:
“Ze zeggen dat het gerecycled katoen is, dus dan is het dubbel de moeite waard. Ik heb minder spijt van mijn aankoop, want ik denk dan: dit is goed voor de planeet.”
Bovendien is gerecycled polyester nauwelijks duurder dan maagdelijk polyester8. Het is dus het perfecte materiaal voor merken: het oogt duurzaam, het verkoopt goed omdat het consumenten een schuldeloos gevoel geeft, en het is niet peperduur.
Dus logisch dat bijna alle fast fashion-merken zijn overgestapt: vandaag wordt 8% van de kleding die wereldwijd wordt verkocht, gemaakt met gerecycled polyester. Oftewel 10 miljard kledingstukken die elk jaar worden verkocht.

Zelfs de slechtste leerlingen van de modeklas zijn overgestapt op gerecycled polyester. Bij Primark is 45% van het polyester afkomstig uit recycling. Het merk Shein, waar we het hierboven al over hadden, zweert tegenwoordig nergens anders meer bij.

Vandaag is maagdelijk polyester nog altijd overwegend de basis van fast fashion. Maar morgen zou dat weleens gerecycled polyester kunnen zijn.
Volgens een rapport van de ngo Changing Markets Foundation, die 46 grote merken benaderde om hun strategie rond synthetische materialen in kaart te brengen, is gerecycled polyester “hun belangrijkste strategie om hun koolstofvoetafdruk te verkleinen”.
Maar is dat wel de juiste strategie?
Absoluut niet.
Ten eerste staat industriële recycling behoorlijk ver af van de “magische kringloop van de natuur” waar we het hierboven over hadden. Het bespaart je weliswaar het winnen en raffineren van olie. Maar er komt ook heel wat machinerie bij kijken: transport, sorteren, wassen, vermalen, smelten, extrusie om er een filament van te maken… en al die apparatuur heeft energie en materialen nodig. Als we teruggrijpen naar de beroemde Higg-index, die je onmogelijk kunt verdenken van een anti-polyesteragenda, dan ligt de koolstofimpact van een zeer efficiënt gerecycled polyester (van het bedrijf Repreve) slechts 42% lager dan het niet-gerecyclede equivalent.

42%, dat is toch best veel, niet? Behalve dat je voor een kledingstuk van gerecycled polyester daarna nog door alle gebruikelijke stappen heen moet: spinnen, weven of breien, verven, confectie, distributie… En omdat de grondstof slechts ongeveer 30% van de uiteindelijke voetafdruk uitmaakt, is de koolstofimpact van een kledingstuk met heel goed gerecycled polyester maar 13% lager dan het equivalent in maagdelijk polyester9. Oké, dat is alvast iets… maar deze grootteorde laat zien dat het moeilijk is om te zeggen dat dit kledingstuk “goed is voor de planeet”, om de woorden van de Primark-klant uit de reportage over te nemen.
Maar het houdt hier niet op.
Ten eerste is gerecycled polyester chemisch gezien exact hetzelfde als klassiek polyester. Voor de gebruiksfase en het einde van de levensduur gelden dus dezelfde problemen als bij maagdelijk polyester: het vrijkomen van miljoenen plastic microvezels in de natuur en/of de uitstoot van broeikasgassen en giftige rook bij verbranding.
En wat misschien wel het grootste probleem is: dit gerecyclede polyester komt niet van andere polyester kledingstukken. Niemand beschikt vandaag over de technische middelen om polyester kleding op grote schaal te recyclen, onder meer omdat polyester vaak gemengd is met andere materialen (zoals katoen of elastaan) en veel onzuiverheden bevat (te beginnen met de verfstof).
Eigenlijk komt 99% van het gerecyclede polyester uit een bron die veel makkelijker industrieel te benutten is: PET-plastic flessen, die toevallig uit dezelfde chemische moleculen bestaan als polyester. Om je een idee te geven: met 13 plastic flessen maak je genoeg garen voor een t-shirt.

“Maar het is toch beter dat die plastic flessen polyester garen worden dan dat ze op stranden of in openluchtstortplaatsen belanden, of niet?”
Uitstekende vraag, Jean-Michel.
Wanneer fast fashion-merken uitleggen dat gerecycled polyester van plastic flessen komt, houden ze vaak de illusie in stand dat ze voorkomen dat plastic flessen het milieu vervuilen. De belangrijkste leverancier van gerecycled polyestergaren (Unifi) legt trouwens op zijn website uit: “we hebben dit garen ontwikkeld om een duurzamere wereld te creëren, waarin we miljarden plastic flessen ervan weerhouden om in stortplaatsen of oceanen te belanden”.
Ontroerend… maar de waarheid is heel anders.
Als deze flessen niet waren gebruikt om polyester te maken, hadden ze in werkelijkheid gediend om… nieuwe plastic flessen te maken. De realiteit is dat de textielindustrie plastic flessen die meerdere keren recyclebaar zijn, wegkaapt om er kleding van te maken die zelf niet op grote schaal recyclebaar is.
De flessenindustrie is trouwens erg boos op de textielindustrie, die het merendeel van haar flessen inpikt om er “gerecycled” polyester van te maken10. Doordat de textielindustrie zoveel flessen wegkaapt, kan de flessenindustrie haar eigen recyclingdoelstellingenniet halen. Ze eist dan ook voorrang op toegang tot haar eigen flessen, vóór andere sectoren. Nicholas Hodac, directeur van de Europese frisdrankenvereniging, verklaarde onlangs : “Het gebruik van andermans materiaal – zoals de textielindustrie doet met PET-flessen – is geen circulariteit. […] Dat is decycling.” De flessensector probeert de laatste maanden zelfs een eigen inzamelinfrastructuur op straat op te zetten om zoveel mogelijk flessen zelf te kunnen recupereren en te voorkomen dat ze in de textielsector belanden. Zelfs de Europese Unie heeft dit onlangs bevestigd in haar recente strategie voor duurzame textiel : “Een dergelijke praktijk is niet in lijn met het circulaire model van plastic flessen”. Een Europese richtlijn zal trouwens vanaf 2025 een minimumaandeel van 25% gerecycled plastic in flessen verplichten.

Kortom, misschien kan de textielindustrie op een dag niet langer bij deze voorraad flessen om ze tot kleding te « recyclen »… Nog een bewijs dat dit gerecyclede polyester op basis van flessen geen wondermiddel is voor het milieuprobleem van textiel. Integendeel, het werkt eerder als een rookgordijn dat het bewustwordingsproces vertraagt… en ons afleidt van de echte oplossingen.
Wat zijn die dan wel? Hoe zorgen we voor een textielindustrie die de wereld kan kleden zonder haar tegelijk te vernietigen?
Hoofdstuk 3 – De oplossing: minder
Zou een gesloten kringloop-recycling van polyester, met polyester afkomstig van oude kleding, een optie kunnen zijn?
Voorlopig komt dit nauwelijks voor: vandaag wordt slechts 0,18% van de kleding gemaakt van materialen die gerecycled zijn uit andere kleding. En volgens een rapport van de ngo Changing Markets Foundation uit 2021 had geen van de 46 grote merken die werden ondervraagd, het doel om gesloten kringloop-recycling te ontwikkelen.
Toch bestaan er inmiddels een aantal veelbelovende projecten van dit type. En met enige Franse trots: Frankrijk staat er op dit gebied niet slecht voor. Het bedrijf Carbios beweert 90% van het polyester in kleding te kunnen recyclen dankzij een zogenaamde “enzymatische” methode en bouwt op dit moment een proeffabriek in de Meurthe-et-Moselle, in het noordoosten van Frankrijk. En het Amerikaanse Eastman gaat een miljard dollar investeren om tegen 2025 's werelds grootste fabriek voor “chemische” recycling van polyester te bouwen bij Le Havre (die vooral PET-verpakkingen zal verwerken, maar naar eigen zeggen ook textielpolyester kan recyclen).

Maar zou deze gesloten kringloop-recycling van polyester genoeg zijn om de textielindustrie duurzamer te maken?
Helaas niet.
Ten eerste bestaat er nog veel onzekerheid over de mate waarin deze projecten textiel op grote schaal kunnen recyclen, zowel qua kosten als energieverbruik. Zo leert het openbaar onderzoek van de gigafabriek van Eastman ons dat het bedrijf hoopt minder dan 3% van de volumes die in Frankrijk op de markt komen te recyclen10. Maar vooral is dit een vrij theoretische doelstelling, aangezien Eastman zelf toegeeft dat “de zuiverheid en het ontwerp van textiel een uitdaging vormen” en in eerste instantie zou mikken op… “100% polyester veiligheidsgordels”. We zijn nog ver verwijderd van het recyclen van Shein-t-shirts of H&M-jurken.
Maar laten we ons even een ideale wereld voorstellen waarin de recycling van polyester bijna perfect is. Stel dat:
- de helft van het textielpolyester afkomstig is van andere polyester kledingstukken (ter herinnering: dat is vandaag minder dan 1%)
- chemische of enzymatische recycling ultra-efficiënt is en de klimaatimpact van gerecycled polyester 70% lager ligt dan die van maagdelijk polyester (wat heel, heel optimistisch is)11
Onder deze ideale omstandigheden, en aangezien de grondstof slechts 30% van de impact uitmaakt (ten opzichte van de fabricage van het kledingstuk zelf), zou de vermindering van de klimaatimpact voor de volledige productie van polyester kleding dan… 10% bedragen13.
10%? Dat is nauwelijks meer dan de groei van de wereldwijde verkoop van polyester kleding die voor volgend jaar wordt verwacht.
Met andere woorden: zelfs als we de technologische en industriële krachttoer zouden leveren om wereldwijd fabrieken voor kledingpolyesterrecycling uit te rollen, zou dat qua klimaatimpact hetzelfde effect hebben als het één jaar lang stabiel houden van de groei van polyester kleding. Dit is precies waarom gerecycled polyester een rookgordijn is: het woord « gerecycled » geeft ons de illusie dat we het vervuilingsprobleem van de textielindustrie oplossen, terwijl we totaal niet aan de juiste grootteordes zitten.
Kortom: als gesloten kringloop-recycling niet gepaard gaat met een drastische vermindering van de consumptie van polyester kleding, is het gewoon een druppel op een gloeiende plaat.
Het is dan ook tijd om de goeie ouwe regel van de drie R's in herinnering te brengen: om de ecologische impact van kleding te verminderen, moet je vóór recycling eerst hergebruiken, en nog beter: minder consumeren.

Maar hoe pak je dat concreet aan?
Eerst: hergebruik.
De meeste van onze kledingstukken kunnen een tweede leven krijgen, op voorwaarde dat je ze goed onderhoudt en zoveel mogelijk repareert. Ben je bang voor naalden (om te naaien), dan staan duizenden verstelateliers in het hele land klaar voor je kleding.
Maar er bestaat nog een andere vorm van hergebruik, ergens tussen recycling en upcycling in, waar we misschien binnenkort op kunnen rekenen: fabrieken die onze oude kleding automatisch sorteren op samenstelling en kleur, en ze vervolgens rafelen tot garens die niet opnieuw geverfd hoeven te worden (waardoor de energie-intensieve verffase wordt overgeslagen). Dat is het CETI-project, een textielonderzoekscentrum in de buurt van Lille, in samenwerking met verschillende Franse fabrieken. De garens die dit oplevert, zijn voorlopig weliswaar minder perfect dan garens van maagdelijk materiaal, maar het initiatief verdient steun.
Ten slotte (en vooral): minder consumeren! Om de ecologische impact van mode te verminderen, heeft iedereen een rol te spelen.
Wat wij als merk kunnen doen:
- Polyester is goed voor de helft van alle textielvezels wereldwijd, en dat aandeel groeit elk jaar. Het is natuurlijk handig voor sportkleding die snel droogt… maar hebben we het echt nodig voor jurken of t-shirts? Idealiter gebruik je synthetische materialen zo weinig mogelijk, en alleen als er echt geen alternatief is.
- Voor kleding waarvoor synthetische materialen echt nodig zijn, kun je gerecycled polyester blijven gebruiken (dat toch een klein beetje minder erg is dan de maagdelijke versie). Maar je mag de grootteordes niet vergeten en moet dus vermijden om de vermeende voordelen van dit materiaal in de verf te zetten: door een halo-effect zouden klanten kunnen denken dat dit kledingstuk « goed is voor de planeet ».
- Focussen op wat echt telt: niet produceren aan de andere kant van de wereld, je collecties niet om de 2 dagen vernieuwen, enzovoort.
Wat de overheid kan doen:
- De flessensector voorrang geven op toegang tot haar eigen plastic, zoals veel ngo's vragen. Als de textielindustrie geen toegang meer heeft tot gerecycled polyester uit flessen, kan ze zich niet langer achter deze oplossing verschuilen en wordt ze gedwongen zich echte vragen te stellen over het verminderen van haar ecologische impact.
- Maagdelijk polyester (en alle andere materialen van fossiele oorsprong) benadelen in toekomstige regelgeving, met name in de milieulabel die binnenkort in Frankrijk en later in Europa wordt ingevoerd. Dat is verre van gewonnen, want de Europese milieulabel wordt gecoördineerd door de organisatie achter de Higg-index, diezelfde organisatie die polyester beschouwt als een van de meest ecologische materialen op de markt.
- De commerciële praktijken van fast fashion aanpakken, die steeds meer overconsumptie veroorzaken. Samen met honderden andere merken is dat waar we voor strijden via de coalitie En Mode Climat.
Wat jij kunt doen:
- Boycot fast fashion, dat enorm veel polyester verbruikt. Hoe groter het wordt, hoe meer het vervuilt… en hoe meer het de merken wegdrukt die het beter proberen te doen. Niet verwonderlijk dat de golf van winkelsluitingen in Frankrijk gepaard gaat met recordwinsten voor de grote fast fashion-ketens.
- Geef de voorkeur aan natuurlijke materialen, vooral als ze afkomstig zijn van verantwoorde en/of lokale landbouw: in heel veel gevallen kun je makkelijk zonder polyester of andere synthetische materialen. En voor kleding die je op je blote huid draagt, zijn ze altijd te verkiezen boven polyester, omdat ze geurtjes beter weerstaan (ondergoed, t-shirts, overhemden, enzovoort).
We willen allemaal graag geloven dat de oplossing voor de klimaatcrisis in een simpele technische uitvinding ligt: een gigantische CO2-stofzuiger om fossiele brandstoffen te kunnen blijven verbranden, waterstofvliegtuigen om weekendjes New York te kunnen blijven maken… en gerecycled polyester om steeds meer kleding te kunnen blijven kopen. De echte oplossingen voor het textielprobleem zijn tegelijk simpeler én moeilijker te verteren voor de kledinggiganten: zij moeten eerst en vooral stoppen met steeds meer verkopen. En voor jou betekent dat: minder kleding kopen en zuinig zijn op wat je al hebt. De ecologische strijd begint misschien wel voor onze wasmachine…
En synthetische materialen bij Loom?
We proberen zoveel mogelijk natuurlijke materialen te gebruiken, maar soms verwerken we een klein beetje synthetisch materiaal, als dat de levensduur van onze kleding aanzienlijk kan verlengen.
Elastaan: we verwerken een klein beetje elastaan in onze katoenen broeken, ons ondergoed en de boorden van onze katoenen truien en sweaters, om vervorming in de tijd te beperken.
Polyamide: we gebruiken polyamide om onze sokken, ons merino-t-shirt en onze rugzak te versterken.
Polyester: we gebruiken polyester in ons badpak (omdat we niet weten waarmee we het zouden kunnen vervangen), een klein beetje in onze joggingbroek (om vervorming te beperken) en in onze chino, in de vorm van elastomultiester (om uitzakken te beperken).
Wie zijn wij om dat te zeggen?
Je bent op La Mode à l’Envers, een blog van het kledingmerk Loom. Het gaat niet best met de textielindustrie, en de planeet betaalt het gelag. Dus alles wat we over de branche te weten komen, proberen we je hier uit te leggen. Want duurzame kleding maken is goed, maar dingen blootleggen, delen en anderen inspireren heeft nog veel meer impact.
We maken nooit reclame: vind je wat we schrijven leuk en wil je meer? Klik dan hier om je in te schrijven voor onze nieuwsbrief. Beloofd: we mailen je hooguit één keer per maand.
Voetnoten
1 In Frankrijk laat textiel dat aan het einde van zijn levensduur wordt ingezameld, een lager aandeel polyester zien (slechts 19%). Volgens Refashion zijn er twee belangrijke redenen die dit verschil kunnen verklaren: « de wereldwijde textielproductie is niet uitsluitend bestemd voor kleding (denk aan een veelheid aan technische toepassingen, bijvoorbeeld in de bouw of bij sportartikelen, die veel synthetisch textiel opslokken); en synthetische kleding wordt mogelijk minder ingezameld omdat ze minder snel verslijt of als minder waardevol wordt beschouwd (en dus bij het gewone afval wordt gegooid) ».
2 Katoen zorgt weliswaar voor iets meer verlies tijdens het spinnen door onzuiverheden en te korte vezels, maar het verschil in verlies met polyester bedraagt ongeveer 8%, wat neerkomt op een impact van minder dan 1% op de prijs van het kledingstuk. Onvoldoende om de explosieve groei van het polyestergebruik te verklaren.
3 Niet in alle gevallen: katoen is beter geschikt voor kleding die dicht op de huid zit, zoals t-shirts en ondergoed, of voor kleding die je liever niet glanzend wilt, zoals overhemden of jeans, enzovoort. En dan hebben we het nog niet over andere natuurlijke materialen, zoals wol, dat beter geschikt is voor warme kleding.
4 Elk jaar verbruikt Frankrijk 46 miljoen ton brandstof.
5 Hengli is weliswaar een beetje een uitzondering. Meestal zijn het de klassieke raffinaderijen die de nafta doorverkopen aan polyesterfabrieken: polyester is dus in de eerste plaats een bijproduct van benzine (en niet omgekeerd).
6 Hetzelfde geldt voor cellulosevezels zoals katoen, maar katoenvezels zijn makkelijker biologisch afbreekbaar in het milieu (in de grond, al is dat niet per se het geval in de oceaan, waar onderzoek lijkt aan te tonen dat geverfde katoenvezels weinig biologisch afbreekbaar zijn).
7 Dat betekent ook niet dat de energie uit de verbranding van katoenen kleding als hernieuwbaar moet worden beschouwd: bij de productie ervan is immers ook veel energie gebruikt.
8 De prijs van gerecyclede polyestergranulaten ligt zelfs lager dan die van maagdelijke granulaten. Maar merken die gerecycled polyester gebruiken, lieten ons weten dat de aankoopprijs toch iets hoger ligt, waarschijnlijk door de lagere productievolumes ten opzichte van maagdelijk polyester en dus minder schaalvoordelen.
9 42% * 30% = 13%
10 Slechts 32% van de flessen wordt gerecycled in een gesloten kringloop, de rest wordt decycled, vooral in de textielsector.
11 Het openbaar onderzoek spreekt over « 20.000 ton textielafval tegen 2028 ».
12 Er bestaan nog weinig levenscyclusanalyses van « fiber-to-fiber » polyester… Maar bijvoorbeeld, de eerste studies over enzymatische recycling, zoals deze, laten een slechtere ecologische balans zien dan voor maagdelijk polyester. Dit overzicht over chemische recycling is evenmin erg bemoedigend.
13 Milieuwinst = % gerecyclede kleding * % toe te wijzen aan grondstoffen * klimaatwinst van recycling = 50% * 30% * 70% = 10%
.jpg)

.jpg)



.jpg)

































































